Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/5.7
5.7 Alternativiteit als wezenskenmerk van het eigendomsvoorbehoud
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS398525:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook art. 7:93 lid 2 BW, dat teruggaat op art. 1576x BW (oud), waaruit blijkt dat de verkoper moet kiezen voor ofwel teruggave van de zaak, ofwel nakoming door middel van verhaal op het vermogen van de huurkoper. Zie daarover M.v.T., Kamerstukken II 1933/94, 431, 3, p. 13, Fischer & Frank 1936, p. 71, Schürmann 1936, p. 147-148 en Zevenbergen 1938, p. 79.
Zie ook hoofdstuk 8, paragraaf 8.5.4 over de (dreigende) Doppelbefriedigung van de verkoper in het kader van de gerechtigdheid tot schadevergoedingsvorderingen gedurende de periode van onzekerheid.
Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat de alternativiteit van verkrijging van de koopprijs en behoud van de eigendom van de zaak een wezenskenmerk vormt van het eigendomsvoorbehoud. Uit het ruilkarakter van de koopovereenkomst volgt dat de verkoper ofwel de prestatie van de wederpartij verkrijgt, ofwel zijn eigen prestatie behoudt. Hij kan, behoudens een afwijkende partijafspraak, nimmer aanspraak maken op beide prestaties.1 Dat geldt niet alleen na nakoming of ontbinding, maar in het bijzonder ook gedurende de tijd dat de nakoming van de koopovereenkomst nog mogelijk is.
Deze alternativiteit heeft tot gevolg dat de koper het recht om de zaak onder zich te hebben en te gebruiken behoudt, zolang het nog mogelijk is om de verschuldigde tegenprestatie te voldoen. Dat strookt met hetgeen partijen gewoonlijk met het eigendomsvoorbehoud voor ogen staat, namelijk dat de koper door gebruik van de verkochte zaak de middelen kan verwerven om de verkoper te betalen. De keerzijde van deze alternativiteit is ook dat de koper de verschuldigde prestatie niet meer hoeft te voldoen, zodra de verkoper overgaat tot (definitieve) uitoefening van het eigendomsvoorbehoud. De uitoefening van het eigendomsvoorbehoud gaat gepaard of valt samen met ontbinding van de koopovereenkomst. Een Doppelbefriedigung van de verkoper, in de zin dat hij zowel aanspraak kan maken op zowel betaling van de koopprijs als behoud van de verkochte zaak, is derhalve niet mogelijk.2