De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/7.3.2.5:7.3.2.5 Register Deskundigen Onteigening en Bestuursrechtelijke Schadevergoeding (DOBS)
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/7.3.2.5
7.3.2.5 Register Deskundigen Onteigening en Bestuursrechtelijke Schadevergoeding (DOBS)
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701929:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie het ‘Reglement Toelating en Permanente Educatie’ en de ‘Toelichting op het Reglement Toelating en Permanente Educatie en de werkwijze van de Commissie van Toelating Register DOBS’ (via: registerdobs.nl).
Zie ook: Van Ettekoven, O&A 2016/53, p. 89.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 10 november 2014 werd Register DOBS opgericht. DOBS registreert deskundigen op het gebied van onteigening, nadeelcompensatie, planschade en aanverwante rechtsgebieden. Blijkens haar doelstellingen richt DOBS zich daarbij niet alleen op de rechterlijke macht, ook bedrijven, particulieren en de overheid behoren nadrukkelijk tot de potentiële doel-groep. Op dit moment staan er bij DOBS ongeveer 120 deskundigen geregistreerd. De bestuurders zijn afkomstig uit kringen van de NVR, de onteigeningsadvocatuur, de makelaardij en de Rijksoverheid.
Ook Register DOBS moet worden gewogen aan de hand van de gezichtspunten uit § 6.3.4. De aandachtspunten ten aanzien van de op- en inrichting komen op punten overeen met die van het LRGD. Beide registers zijn vormgegeven in een stichting. Dat maakt publiekrechtelijke controle op het register niet goed mogelijk en maakt het register bovendien financieel ‘afhankelijk’ van de ingeschrevenen. In tegenstelling tot het LRGD heeft DOBS echter geen controleerbare organisatiestructuur. Op de website is slechts aangegeven uit welke personen het bestuur bestaat. Uit de reglementen en besluiten komt naar voren dat er een Commissie van Toelating is – verantwoordelijk voor het beoordelen van de aanvragen van kandidaten – doch blijkt niet uit welke personen die commissie bestaat of die personen voldoende gekwalificeerd zijn en hoe de commissie zich verhoudt tot het bestuur en eventuele andere organisatie-eenheden.1 Vergelijkbaar met het LRGD sluit ook DOBS zich qua gedragscode en tuchtrecht in beginsel aan bij door haar geaccrediteerde beroepsverenigingen. Waar het LRGD echter – als vangnet – eigen tuchtrechtspraak heeft, is dat bij DOBS niet het geval. Het valt verder op dat de informatie die naar voren komt wanneer men een deskundige heeft aangeklikt zeer summier is. Alleen de contactgegevens van de deskundige worden inzichtelijk. Dat maakt het voor procesactoren niet mogelijk om de persoonlijke en professionele achtergrond van de deskundige te controleren. Dat verdient verbetering.
In tegenstelling tot het LRGD stelt Register DOBS geen aparte toelatingseisen voor onteigeningsdeskundigen. Voor alle deskundigen gelden dezelfde toelatingseisen. Een eerste toelatingseis is dat de deskundige over voldoende vakinhoudelijke kennis moet beschikken. Die vakinhoudelijke kennis baseert Register DOBS op het lidmaatschap van een door haar geaccrediteerde beroepsvereniging. Beroepsverenigingen worden alleen geaccrediteerd wanneer zij ten minste over een gedragscode en vorm van tuchtrecht beschikken. De beroepsverenigingen die DOBS geaccrediteerd heeft zijn de NVR, NVM, VBO-makelaar en de NRVT. Een tweede eis is dat de deskundige voldoet aan de door DOBS vastgestelde PE-norm. Vergelijkbaar met het LRGD komt die norm neer op ten minste zes contacturen per jaar. Mijn indruk is overigens dat beide registerinstanties de permanente educatie niet opvolgen door middel van periodieke examens. Om te voorkomen dat PE-activiteiten slechts plichtmatig worden bezocht om maar te voldoen aan de gestelde norm, is een periodieke toetsing aan te raden. Register DOBS stelt ook juridische eisen aan kandidaten. Daarvoor dient een kandidaat vier recent opgestelde schadevergoedingsrapporten aan DOBS ter beoordeling voor te leggen. Die rapporten hoeven niet per se in opdracht van een rechter te zijn opgesteld. Tenslotte stelt Register DOBS expliciete eisen aan ervaring. Op grond van artikel 3.1.3 van het Reglement Toelating en Permanente Educatie moet een kandidaat immers ten minste vijf jaar uitvoerend adviseur in het onteigeningsrecht zijn en tenminste twee adviesopdrachten per jaar uitvoeren (artikel 6.1 van datzelfde Reglement). Zodoende wordt zowel de boven- als de ondergrens aan ervaring actief door DOBS bewaakt (zie ook § 5.6.7).
Los van voorgaande analyse kan – wat het onteigeningsrecht betreft – de vraag worden gesteld of Register DOBS in de praktijk veel toevoegt. Dat heeft ermee te maken dat DOBS van de grond is gekomen omdat de expertgroep Grondzaken behoefte had aan kwalitatief goede deskundigen en ze aan Deskundigenindex Dix niet veel hadden (zie hiervoor § 7.3.2.2). Toen begin 2015 DOBS operationeel was, had het LRGD inmiddels in deze behoefte voorzien. Als gevolg daarvan zijn veel onteigeningsdeskundigen zowel LRGD- als DOBS-geregistreerd. Voor de relatief kleine wereld van het onteigeningsrecht is echter geen behoefte aan twee registers die hetzelfde doel nastreven.2 Dat komt de rechtszekerheid en overzichtelijkheid niet ten goede. Mijn indruk is ook niet dat onteigeningsdeskundigen in de praktijk veel waarde toekennen aan een (eventuele) DOBS-registratie. Ik kom in § 7.3.4 terug op een mogelijke samenvoeging van het LRGD en Register DOBS.