Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/7.3.2.2
7.3.2.2 Het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen (LRGD) – inleiding
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702050:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Keijser & Mulder, Lessen uit het Register van Gerechtelijk Deskundigen; Van Dijk, EeR 2009/6.
Al is er voor hen een logischer alternatief in zwang met het NRGD.
Sluysmans, O&A 2015/89, p. 177-178.
Zie overzicht gespecificeerde vakgebieden op de website van het LRGD (kopje registratie) of via: https://www.lrgd.nl/Portals/1/registratie/20200323_GespecificeerdeVakgebieden.pdf.
Zie ook: Sluysmans, O&A 2015/89, p. 178.
Ik laat hier de inschakeling van ‘sub-deskundigen’ voor specifiek advies buiten beschouwing.
Van de rechtbanken Den Haag, Limburg, Midden-Nederland, Noord-Nederland, Oost-Brabant en Overijssel is helaas geen reactie ontvangen.
Hetgeen dan weer als voorzichtige vorm van disclosure kan worden gezien.
Bijvoorbeeld Rb. Noord-Nederland 18 maart 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1229. Dat vervroegd onteigeningsvonnis verwijst naar de beschikking d.d. 27 juni 2019 waarin beslist is op het verzoek tot vervroegde descente. Van de drie benoemde deskundigen staat er één niet als zodanig bij het LRGD geregistreerd (Dhr. B. van Hasselt). Navraag bij het LRGD leert dat de deskundige in kwestie ook geen bekende is van het LRGD.
Zowel in de brief van de minister als in de bewoordingen van de toenmalig projectleider van Dix schemerde door dat er voor deskundigen in bestuurs- en civielrechtelijke zaken andere initiatieven liepen. Een van die initiatieven waarop werd gedoeld, was het LRGD. De onafhankelijke stichting LRGD werd in 2005 opgericht door een aantal gerechtelijk deskundigen die samen de PAO tot gerechtelijk deskundige in Leiden hadden gevolgd.1 Algemeen geformuleerd is het doel van het LRGD om een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het deskundigenbewijs door het beheren van een openbaar register met deskundigen die enerzijds hun vak beheersen en anderzijds voldoende toegerust zijn om adequaat op te kunnen treden in rechte.2 Op 1 januari 2007 registreerde het LRGD zijn eerste deskundige en thans zijn er ongeveer 300 deskundigen geregistreerd. De bij het LRGD geregistreerde deskundigen zijn met name actief in het civiele recht en het bestuursrecht, maar ook deskundigen op het gebied van het strafrecht kunnen in het register worden opgenomen.3 Al is dat laatste door het bestaan van het NRGD niet zo voor de hand liggend.
Voor deskundigen in het onteigeningsrecht speelt het LRGD een bijzondere en belangrijke rol. Begin 2014 heeft de expertgroep Grondzaken – het landelijke overlegorgaan van de Onteigeningskamers – het LRGD verzocht om het voortouw te nemen bij de inrichting van een register voor onteigeningsdeskundigen. Het LRGD heeft na overleg met verschillende belanghebbende organisaties (VvOR, VOA, NVR, StAB en Register DOBS) kwaliteits- en ervaringseisen voor toelating opgesteld.4 Daarbij is, qua te stellen eisen, een onderscheid gemaakt tussen de onteigeningsdeskundige-jurist en de onteigeningsdeskundige-taxateur.5 In overleg met het LRGD hebben de Onteigeningskamers vervolgens afgesproken dat met ingang van 2015 het uitgangspunt geldt om nog alleen onteigeningsdeskundigen te benoemen die als zodanig geregistreerd staan bij het LRGD. Met een goede motivering kan van het gestelde uitgangspunt worden afgeweken. Voor onteigeningsdeskundigen die reeds actief waren bij de Onteigeningskamers gold een overgangstermijn die eindigde per 31 december 2018.6 Thans is theoretisch iedere onteigeningsdeskundige die optreedt in rechte dus geregistreerd bij het LRGD.7
Een rondvraag bij de rechtbanken indiceert dat de theorie redelijk tot goed correspondeert met de praktijk.8 De rechtbanken Gelderland, Noord-Holland, Rotterdam en Zeeland-West-Brabant bevestigen het uitgangspunt dat in beginsel nog alleen maar deskundigen worden benoemd die bij het LRGD staan geregistreerd. Deze rechtbanken controleren de registratie ook ambtshalve. De rechtbanken Rotterdam, Zeeland-West-Brabant en Gelderland geven bovendien aan het uitgangspunt tot regel te hebben gepromoveerd: een deskundige die niet is geregistreerd bij het LRGD kan niet als onteigeningsdeskundige worden benoemd. Bij de rechtbank Noord-Holland ligt dat genuanceerder. Deze rechtbank geeft aan dat het onder omstandigheden wel mogelijk is dat een deskundige wordt benoemd die niet in het LRGD is opgenomen. Bijvoorbeeld wanneer er nood is aan specialistische en/of geografisch afhankelijke schadeposten. Bij de rechtbank Amsterdam is de praktijk iets weerbarstiger. Deze rechtbank controleert de registratie niet ambtshalve. Wel vermeldt zij tijdens de voorhangprocedure of er sprake is van een LRGD-registratie.9 De reden dat de rechtbank Amsterdam ondanks het afgesproken uitgangspunt toch deskundigen buiten het LRGD benoemt, is dat er op basis van eerdere benoemingen vertrouwen is in het optreden van de deskundige.
Het kan in de praktijk dus nog voorkomen – zij het sporadisch – dat toch een deskundige wordt benoemd die niet als zodanig bij het LRGD is geregistreerd. Mijns inziens is de lijn die de rechtbank Noord-Holland hanteert daarbij de juiste; vanwege de noodzaak aan bijzondere expertise of vanwege een specifiek geografisch gebied. Het verdient dan wel aanbeveling dat de rechter in zo een geval goed motiveert waarom hij een deskundige buiten het LRGD benoemt. Thans laat die motivering soms nog te wensen over.10