Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/3.9
3.9 Onverenigbaarheid met een eerdere beslissing uit een andere staat
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS377006:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Gaudemet-Tallon (2002), p. 345.
Burgerlijke Rechtsvordering, Vlas, Verdragen & Verordeningen, EEX-Verordening, Art. 34 sub 3, aant. 4; COM (1998) 348 def., p. 25. Verschuur (1995, p. 146) meent onder verwijzing naar literatuur dat aan de oudere beslissing voorrang dient te worden gegeven.
HvJ EG 8 december 1987, 144/86, Jur. 1987, p. 4861, NJ 1989, 420 (JCS), GubischiPalumbo en HvJ EG 6 december 1994, C-406/92, Jur. 1994, p.1-5439, NJ 1995, 659 (ThMdB), TabylMaciej Rataj. Zelfs is het Hof in zijn uitleg zover gegaan om in het arrest Drouot AssurancesICMI (19 mei 1998, C-351/96, Jur. 1998, p. 1-3075, NJ 2000, 155 (PV)) te bepalen dat er sprake is van 'dezelfde partijen' in twee procedures, indien aangetoond kan worden dat de belangen van de ene 'identiek en onlosmakelijk' verbonden zijn met die van de andere. In casu heeft het Hof vastgesteld dat zulks niet aannemelijk is geworden.
Art. 34 sub 3 geldt voor de gevallen dat er sprake is van een beslissing gegeven door de rechter van de lidstaat alwaar de erkenning wordt verzocht. Deze bepaling dekt niet de gevallen dat er sprake is van onverenigbaarheid met een (nog) te erkennen beslissing uit een andere lidstaat dan wel uit een niet-lidstaat.1 Hiervoor geeft art. 34 sub 4 EEX-Vo een regeling. Overeenkomstig deze bepaling wordt aan een beslissing van een rechter van een lidstaat in een andere lidstaat de erkenning onthouden indien deze beslissing onverenigbaar is met een beslissing die vroeger in een derde lidstaat of een derde land tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat op hetzelfde onderwerp en op dezelfde oorzaak berust, mits deze beslissing aan de voorwaarden voor erkenning in de aangezochte lidstaat voldoet.
Opgemerkt dient te worden dat deze bepaling niet alleen voor beslissingen uit niet-verdragsstaten geldt, maar tevens ten aanzien van beslissingen uit een derde lidstaat. Dit is een verschil met art. 27 sub 5 EEX-Verdrag dat alleen voor onverenigbaarheid met een voor erkenning vatbare beslissing uit een niet-verdragsstaat een regeling heeft gegeven.2 In tegenstelling tot art. 34 sub 3 EEX-Vo geldt bij de beoordeling van de onverenigbaarheid van de beslissingen onder art. 27 sub 5 EEX-Verdrag wel het prioriteitsbeginsel. De rechterlijke beslissing die aan de erkenning in de weg moet staan, dient eerder te zijn gegeven dan de te erkennen beslissing. Eveneens geldt dat de buitenlandse beslissingen tussen dezelfde partijen moeten zijn gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust. Wat deze begrippen inhouden, heeft het HvJ EG reeds bepaald ten aanzien van art. 21 EEX-Verdrag (vgl. art. 27 EEX-Vo). Uit de jurisprudentie van het Hof blijkt dat het begrip 'dezelfde partijen' niet vereist dat de partijen in beide procedures dezelfde processuele rol hebben vervuld.3 Wel moet de vordering op basis waarvan de beslissingen zijn verkregen, hetzelfde doel en dezelfde grondslag hebben.