Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.3.2.4
2.3.2.4 Dereguleren en open normen
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS499895:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Witteveen 2007.
Ook de empirische basis voor regeldruk lijkt nog niet al te stevig. Weliswaar kan concreet in euro’s worden aangegeven wat de overheid heeft bereikt aan beperking van die lasten op landelijke schaal (voor 2016 bereikte de overheid de doelstelling van 2.5 miljard euro) maar dat blijkt los te staan van de ervaren regeldruk. Actal-voorzitter Ten Hoopen heeft intussen enige verklaringen aangedragen voor het grote verschil tussen het hoge bedrag waarmee de financiële lasten zijn verlaagd en de geringe ervaring van deze verlaging bij de desbetreffende burgers en organisaties. Zie https://www.actal.nl/wp-content/uploads/Column-Jan-Geloofwaardig-regeldrukbeleid1.jpg (24 april 2017).
Nog eind jaren zeventig schreef ’t Hart over de onmacht van de wetgever, die zou blijken uit het feit dat de wetgever zelfs op strafrechtelijk terrein, waar rechtszekerheid gewenst is, vaak niet verder kan komen dan een ruime normstelling (’t Hart 1978, p. 213-224).
De toenemende reflectie op de omvang en het effect van wetgeving heeft geleid tot uiteenlopende vormen van alternatieve wetgeving. Witteveen heeft in zijn preadvies voor de NJV getracht enig overzicht te brengen in termen van regulering, non-regulering, zelfregulering en alternatieve regulering. Binnen deze categorieën bracht hij tal van mogelijkheden onder.1 Een van de mogelijkheden om te dereguleren is het gebruik van open normen, waardoor veel van de normering buiten de wetgeving blijft. De aandacht voor deze mogelijkheid steeg rondom 1990, waarover in paragraaf 2.3.4.1 meer.
De conclusie is hier dat open normen stevig verankerd zijn in het beleid van de Nederlandse wetgever. Dat het dereguleringsbeleid voor een deel op een onjuist beeld van de wetgevingsgroei steunt, doet daaraan niet af.2 Deregulering is de historische kern van ons wetgevingsbeleid en de hantering van open normen is steeds dichter bij de kern van de nagestreefde deregulering komen te staan, vooral vanaf het moment dat die niet meer primair werd opgevat als een sturingsprobleem, maar als een probleem van herverdeling van verantwoordelijkheid tussen overheid en maatschappelijke actoren. Waar ooit open normen werden beschouwd als uiting van de onmacht van de wetgever3, zijn zij in het kader van het wetgevingsbeleid tot na te streven beleidsdoelstelling geworden.