Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/4.5.11
4.5.11 Sociaal plan
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250228:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Jacobs 2017, p. 263. Zie ook Jacobs 2017, p. 338, waar hij opmerkt dat het ook mogelijk is dat de werkgever een sociaal plan overeenkomt met de ondernemingsraad. Het is in dat geval echter niet mogelijk om het sociaal plan aan te melden in het kader van art. 4 Wet op de Loonvorming zodat het de bindende kracht van een cao krijgt.
Zie § 5.6, waar ik tot de conclusie kom dat een moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is voor alle schulden die voortvloeien en zijn voortgevloeid uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij. Ook als de arbeidsovereenkomst is afgesloten voordat de moedermaatschappij de 403-verklaring heeft gedeponeerd, is zij aansprakelijk voor de schulden die daaruit voortvloeien.
Rb. Roermond 20 februari 2008, JOR 2008/92, m.nt. Bartman (Inalfa), r.o. 4.1.2 en 4.4.3 en Hof ’s-Hertogenbosch 7 april 2009, JOR 2009/160, m.nt. Bartman (Inalfa), r.o. 4.3.3.
Bartman 2002, p. 27, Bartman in zijn annotatie onder Hof ’s-Hertogenbosch 7 april 2009, JOR 2009/160 (Inalfa) en Van Wijngaarden 2010, p. 134.
Zie § 4.4.2.
Bij een voorgenomen ontslag van verschillende werknemers tegelijkertijd, kan de werkgever hen een sociaal plan aanbieden waarin de gevolgen van deze ontslagen uniform zijn vastgelegd. In het sociaal plan kan onder meer zijn opgenomen dat de werknemers een ontslagvergoeding krijgen, dat hen een andere functie wordt aangeboden of dat zij door middel van omscholing worden geholpen bij het vinden van een nieuwe baan. Er bestaat geen verplichting voor de werkgever om een sociaal plan aan te bieden,1 maar dit heeft wel als voordeel dat er een algemene regeling is voor de verschillende ontslagen en dat er niet per werknemer een aparte ontslagprocedure hoeft te worden gestart. Een werkgever kan zelfstandig een sociaal plan opstellen en dit aan de desbetreffende werknemers aanbieden, maar het is ook mogelijk om een sociaal plan overeen te komen met de vakbond. Een sociaal plan dat tot stand is gekomen tussen de werkgever en de vakbond kan de bindende kracht van een cao krijgen door dit aan te melden in het kader van art. 4 Wet op de Loonvorming.2
In de jurisprudentie is de vraag aan de orde gekomen of de verplichtingen van een 403-maatschappij jegens een – ontslagen – werknemer op grond van een sociaal plan voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst die de 403-maatschappij eerder met deze werknemer is aangegaan, of dat deze verplichtingen voorvloeien uit het sociaal plan zelf. Voordat ik aan de beantwoording van deze vraag toekom, is het van belang om op te merken dat zowel het afsluiten van de arbeidsovereenkomst als het aangaan van het sociaal plan een rechtshandeling is van de 403-maatschappij. Uit welk van beide rechtshandelingen de schuld van de 403-maatschappij ook voortvloeit, er is sprake van een schuld die onder de reikwijdte van art. 2:403 lid 1 sub f BW valt. Zolang de moedermaatschappij de 403-verklaring niet intrekt, is zij op grond van deze verklaring mede aansprakelijk voor de verplichtingen van de 403-maatschappij uit hoofde van het sociaal plan. Het antwoord op bovenstaande vraag is daarom slechts van belang als de moedermaatschappij de 403-verklaring heeft ingetrokken tussen het moment dat de 403-maatschappij en de werknemer de arbeidsovereenkomst zijn aangegaan, en het moment dat het sociaal plan is afgesloten.3 De moedermaatschappij is namelijk niet aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij verricht vanaf het moment dat de moedermaatschappij tegenover de crediteur een beroep kan doen op de intrekking, maar zij blijft wel aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die tot dat moment zijn verricht – ook als de schuld pas na de intrekking van de 403-verklaring uit de desbetreffende rechtshandeling voortvloeit.4 Als de verplichtingen van de 403-maatschappij voortvloeien uit het sociaal plan en de moedermaatschappij tussentijds de 403-verklaring heeft ingetrokken, is de moedermaatschappij daar dus niet mede voor aansprakelijk. Maar als de verplichtingen voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst, is de moedermaatschappij wel mede aansprakelijk.
De Rechtbank Roermond en in hoger beroep het Hof ’s-Hertogenbosch hebben in de Inalfa-procedure geoordeeld dat de verplichtingen uit een sociaal plan niet voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst die de 403-maatschappij eerder met de werknemer is aangegaan, maar uit het sociaal plan zelf.5 In casu is de 403-maatschappij het sociaal plan overeengekomen met een vakbond – namens de werknemers. De rechtbank wijst erop dat het sociaal plan geen onderdeel is van de arbeidsovereenkomst van de 403-maatschappij en de werknemer, maar dat deze tot stand is gekomen door een latere wilsovereenstemming tussen de 403-maatschappij en de vakbond. Er is daarom te weinig connexiteit tussen de verplichtingen uit het sociaal plan en de arbeidsovereenkomst om als ‘daaruit voortvloeiend’ te kunnen worden aangemerkt. In hoger beroep bevestigt het hof deze uitspraak en overweegt dat de verplichtingen van de 403-maatschappij tegenover een werknemer pas ontstaan als het sociaal plan wordt aanvaard. Deze verplichtingen vloeien daarom voort uit het sociaal plan zelf en niet uit de arbeidsovereenkomst.
Dat de verplichtingen van een 403-maatschappij uit hoofde van een sociaal plan niet voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst met de werknemer maar uit het sociaal plan zelf wordt ook in de literatuur onderschreven.6 Ik sluit mij daarbij aan. Ik heb eerder opgemerkt dat mijns inziens een schuld uit een rechtshandeling voortvloeit als de wil van de crediteur ten aanzien van het ontstaan, de inhoud of het voortduren van de schuld zou kunnen zijn beïnvloed door inzicht in de jaarrekening van de 403-maatschappij – als de 403-maatschappij geen gebruik zou hebben gemaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime.7
De werknemer – of de vakbond namens hem – heeft de keuze om het sociaal plan al of niet te aanvaarden. Voor de compensatie uit hoofde van de 403-aansprakelijkheid is het daarom van belang of de werknemer op dat moment de mogelijkheid heeft om de jaarrekening van de 403-maatschappij in te zien of niet. Op dat moment bepaalt de crediteur namelijk zijn wil omtrent het al of niet accepteren van het sociaal plan, en zo ja tegen welke voorwaarden. Of de werknemer een gebrek aan inzicht heeft gehad bij het aangaan of gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst met de 403-maatschappij is daarbij niet relevant.