Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/9.4.1
9.4.1 Een speciale Crowdwork-Conventie
Mijke Houwerzijl & Bas Rombouts, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Mijke Houwerzijl & Bas Rombouts
- JCDI
JCDI:ADS288504:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Global Commission on the Future of Work 2019, p. 13.
Maritime Labour Convention, 2006, as amended (MLC, 2006).
Zie over de MLC: Van der Voet 2018, Van Rijs & Widera-Stevens 2011; Dimitrova 2010.
Global Commission on the Future of Work 2019, p. 44.
Cherry 2019, p. 64.
Daar kan tegen ingebracht worden, zo erkent ook Cherry (2019, p. 54), dat crowdwork, anders dan maritieme arbeid, geen sector op zich is, aangezien crowdwork, net als (traditionele) uitzendarbeid, in vele sectoren kan worden ingezet. Zie in dit verband ook Ratti 2017.
Cherry 2019, 54. Dit moet dan wel gepaard gaan met een in de Crowdwork-Conventie op te nemen plicht tot gegevensverstrekking. Cherry wijst ter inspiratie op de AVG en beziet ook de toepasselijkheid van deze verordening op Amerikaanse crowdworkplatforms in relatie tot crowdworkers in de EU (2019, p. 49-50).
Tegen deze achtergrond doet de Global Commission de aanbeveling om de invoering van een internationaal bestuurlijk systeem (‘governance system’) te onderzoeken. Dit zou ervoor moeten zorgen dat crowdworkplatforms en hun cliënten de minimumrechten van crowdworkers beschermen en respecteren.1 Deze suggestie is geïnspireerd door de Maritime Labour Convention (MLC),2 een verdrag inzake de (minimum)bescherming van een traditionele beroepsgroep die de wereld als werkterrein heeft. Het MLC regelt respectievelijk: (1) de minimumvereisten aan zeevarenden om op een schip te mogen werken, (2) arbeidsvoorwaarden, (3) huisvesting, recreatievoorzieningen, voeding en catering, (4) bescherming van de gezondheid, de medische zorg, welzijn en sociale zekerheid, (5) naleving en handhaving.3 De MLC wordt daarom wel aangeduid als een universele arbeidswet voor zeevarenden,4 en de Commissie bepleit dus een soortgelijk instrument voor crowdwork.
Cherry is hier ook voorstander van. Zij wijst op een aantal gelijkenissen tussen maritieme arbeid en crowdwork. Zo zijn zowel de opdrachten op crowdworkplatforms als het bemannen van een schip bedoeld als ‘klussen’, zeer tijdelijke vormen van werkgelegenheid dus. Bovendien is bij beide soorten werk de kans op sociaal isolement aanwezig. Op een schip komt dit door de fysieke afstand tot familie en vrienden. Bij crowdwork ligt dit juist aan het geïsoleerd werken zonder de nabijheid van directe collega’s. Ook het relatief grote risico op niet uitbetalen van lonen is een overeenkomst; het is zowel in de scheepvaart als bij crowdwork moeilijker dan bij meer locatiegebonden werkzaamheden om de wederpartij aan te spreken, aangezien deze (vaak) in een ander (soms onbekend) land gevestigd is. Er zijn dus opvallende parallellen qua vluchtigheid van het werk en qua internationaal context van de arbeid. In het geval van de maritieme sector is die gelegen in werk dat noodzakelijkerwijs gepaard gaat met vervoer en reizen over lange afstanden. In het geval van crowdwork wordt werk op veel verschillende locaties gegenereerd, verzonden, verwerkt en opgeslagen en bevinden de bij een platform aangesloten crowdworkers zich over de hele wereld.5 Decent crowdwork zou dus bevorderd kunnen worden door eenzelfde soort verdrag als bestaat voor maritieme arbeid. Dergelijke ‘sectorale’ regelgeving kan specifiek worden afgestemd op de speciale kenmerken en behoeften van online crowdworkers.6 Net als havenautoriteiten kunnen controleren of het MLC wordt nageleefd, zou in de toekomst via verschillende internet-‘host portals’ kunnen worden gecontroleerd op naleving van een crowdworkconventie door het betreffende crowdworkplatform, aldus Cherry.7