Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.6.3
3.6.3 Staatswetenschappen op gymnasia en in het beroepsonderwijs
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977380:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
E.J. Kuiper 1961, p. 71; C.J. van Heusden, Staatkunde voor de Jongelingschap. Naar het werk van J. Droz, Applications de la Morale à la Politique, s-Hertogenbosch: Palier 1835.
Slechts op drie gymnasia/athenea zijn de Latijnse en tweede afdeling gescheiden ingericht: ‘s-Hertogenbosch, Maastricht en s-Gravenhage (G. Bolkestein 1914, p. 149 e.v.); Rogier & De Rooy 1953, p. 148 (‘De verachterde Latijnse scholen in de Hollandse steden zijn merendeels gereorganiseerd tot gymnasia en verrijkt met een koopmansklasse, waarin de zo goed als verwaarloosde talen een belangrijke plaats op het programma verwierven’).
Bartels 1947, p. 8 (onduidelijke nomenclatuur); zie verder: H.J. Reynders, van het stedelijk gymnasium te Amersfoort 1376-1926: bevattende de geschiedenis van de Latijnse school, Amersfoort: Valkhoff 1928.
H.A. Leenmans, Over het eerste Haagsch Gymnasium, Jaarboek Die Haghe 1939, p. 12; J. Kuiper, ´De Latijn se school omstreeks 1836´, in: I.J. Brugmans (red.), Honderdvijfentwintig jaren arbeid op het onderwijs terrein- 1836-1961, Groningen: Wolters 1961, p. 57-94.
Idenburg 1964, p. 24 e.v. en Bolkestein 1914, p. 62.
Bartels 1947, p. 9; vgl. P.N.M. Bot, Humanisme en onderwijs in Nederland, Utrecht: Spectrum 1955.
H. Peper, Feestrede bij het 25-jarig bestaan van de Vereeniging van Leeraren in de Handelswetenschappen, 1907; S. Elzinga, Historisch Overzicht van het Nederlandche handelsonderwijs, Deventer: z.j., overdruk uit Het Handelsonderwijs1930, p .4 en Grondslagen der maatschappijschool, Groningen: Wolters 1933, p. 47.
A. van Otterloo, Prospectus van de Inrigting voor Onderwijs in Koophandel en Nijverheid, cursus 1857/58, Amsterdam 1857; G. Bolkestein, De voorgeschiedenis van het M.O. 1796-1863, Amersfoort: Van Amerongen 1914, p. 164 en S. Elzinga 1933, p. 56. e.v.
In artikel 17 lid p MO staat handelsrecht niet bij de beginselen der handelswetenschappen; door Thorbecke in de Memorie van toelichting aangeduid. Het maakt deel uit van MO-Handelswetenschappen (artikel 75 lid b).
Verslag omtrent den staat der Hooge-, Middelbare en Lagere scholen over 1857-1858. Bijlage bij de Handelingen II 1858/59, p. 737 e.v.
De LO-wet 1806, UB 1806, regelt ‘middelbare’ scholen tot 1863. De vierde LO-wet voert in 1857 de beginselen der vaderlandse geschiedenis en de Mulo in (artikel 1 1e alinea LO).
Latijnse scholen en tweede afdelingen als gymnasia 1838
Midden jaren dertig nemen de Latijnse scholen en het beroepsonderwijs de bijvakken staats- en handelswetenschappen op.1 Door de belangstelling van het bedrijfsleven voor het op de praktijk toegesneden onderwijs ontstaan in Den Haag en Leiden in 1838 tweede afdelingen aan de Latijnse scholen die uitgroeiden tot stedelijke gymnasia met onder meer onderwijs in boekhouden en handelsrekenen.2 Vanaf 1838 is niet langer sprake van dé Latijnse school door de inrichting van tweede afdelingen, maar van Latijnse scholen als gymnasia.3 De eerste afdeling bleef de ideale, klassieke vooropleiding tot de universiteit, de tweede kreeg een algemeen vormend programma. Het vak Latijn bleef op gymnasium hoofdvak. Desalniettemin was meer tijd beschikbaar voor moderne talen, wiskunde en natuurwetenschappen dan op de Latijnse school die bleef voor hen ‘die zich door een beschaafde opvoeding voorbereiden om […] in betrekkingen werkzaam te zijn’.4
Staatsinrichting en handelspapieren met verplichtingen (handels)recht komen in het wetgeversvizier
Vanaf 1838 is de Latijnse school zes- en het gymnasium vierjarig.5 De eerste twee leerjaren omvatten tot 1853 Nederlands, Frans, Latijn, rekenkunde, vaderlandse geschiedenis en aardrijkskunde. Daarna is Latijn op het gymnasium vervangen vanaf de eerste klas door Duits.6 Verder kent het Erasmiaansch gymnasium in Rotterdam van 1842-1865 staatshuishoudkunde en handelsrecht7 en is er van 1846-1866 in Amsterdam een ‘Inrigting van Onderwijs in Koop handel en Nijverheid’ met onderwijs in staats- en handelswetenschappen.8 Utrecht had in 1850 een Middelbaar Technische School, met staatshuishoudkunde, handelsrecht en boekhouden.9 Met de stichting van tweede afdelingen als gymnasia haalde de praktijk de wetgever in.10 Met de invoering van de MO-Wet in 186311 zijn de staatswetenschappen en handelsrecht (handelspapieren met verplichtingen) vastgelegd.