Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.9.1:2.9.1 Het parlement gaat ‘meeregeren’
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.9.1
2.9.1 Het parlement gaat ‘meeregeren’
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Schagen 1994, p. 19-20.
Van Schagen 1994, p. 25-26.
Van der Pot/Elzinga e.a. 2014, p. 648. In 1985 wees Van den Berg op de negatieve effecten van een meeregerend parlement. Er zou sprake zijn van een overbelasting van zowel regering als parlement en het zou ten koste gaan van de wetgevende en controlerende taak van het parlement: er wordt slechts marginaal gekeken naar de wetgevingsvoorstellen en de controle wordt bemoeilijkt doordat het parlement van te voren heeft ingestemd met de beleidsvoornemens. Van den Berg 1985, p. 6.
Van Schagen 1994, p. 26.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de decennia na de Tweede Wereldoorlog trok de Staat langzamerhand steeds meer taken naar zich toe en de verzorgingsstaat werd geleidelijk uitgebouwd. De toename in staatstaken resulteerde in toenemende regelgeving én de complexiteit ervan. De intensiteit van de overheidsinterventies leidden er onder meer toe dat de formele wetgever genoodzaakt was taken te delegeren. Het optreden van het parlement als medewetgever werd minder belangrijk.1 Ter compensatie probeerde het parlement steeds meer zeggenschap te verwerven in eerdere fases van de besluitvorming.2 Daarnaast werd de begroting steeds complexer. De regering versterkte haar positie tegenover het parlement, onder andere door haar informatievoorsprong en kreeg de overhand op het parlement bij de totstandkoming en de vaststelling van de begroting. Bovendien werd de begroting steeds meer genormeerd door verplichtingen zoals die voortvloeiden uit onderliggende regelgeving. De begroting was een vertaling van eerder aangegane verplichtingen, via wetgeving of andere overeenkomsten. De begroting lag daarom al voor het overgrote gedeelte vast. Het parlement bood tegenwicht aan deze ontwikkeling door in een zo vroeg mogelijk stadium te proberen het beleid van de regering te beïnvloeden. Het parlement ging ‘meeregeren’ en werd daarmee medeverantwoordelijk voor de totstandkoming van het beleid.3 Beïnvloeding van het beleid stond steeds meer centraal: via regeringsnota’s werd gesproken over het door de regering te voeren beleid.4