Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.3.6.4:10.3.6.4 Cost-plusmethode
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.3.6.4
10.3.6.4 Cost-plusmethode
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258542:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de toepassing van de cost-plusmethode wordt de verrekenprijs opgebouwd uit de kosten die de leverancier van de intragroepstransactie maakt voor geleverde goederen aan een gelieerde partij. Deze kosten worden vermeerderd met een passende cost-plusopslag. Deze opslag wordt toegevoegd om een passende winst te realiseren die hoort bij de verrichte functies en marktomstandigheden. De kosten vermeerderd met de passende cost-plusopslag vormen een zakelijke verrekenprijs.
Het vaststellen of de cost-plusopslag zakelijk is, kan door een vergelijking te maken tussen de cost-plusopslag die behaald is met de intragroepstransactie en ofwel de cost-plusopslag behaald door onafhankelijke derden in vergelijkbare transacties onder vergelijkbare omstandigheden (externe cost-plusopslag) ofwel met de behaalde cost-plusopslag op aan onafhankelijke derden verkochte goederen (interne cost-plusopslag). Gelijk aan de CUP- en resale-minusmethode geldt dat sprake is van vergelijkbare transacties indien i) geen van de verschillen een materiële invloed heeft op de prijs die tot stand zou zijn gekomen op een open markt en ii) redelijk accurate aanpassingen gemaakt kunnen worden om de verschillen te mitigeren.
Uit de OESO-richtlijnen kan worden afgeleid dat de cost-plusmethode het geschiktst is voor de verkoop van halffabricaten tussen gelieerde partijen, wanneer gelieerde partijen overeenkomsten hebben gesloten over het gezamenlijk gebruik van productie met de verplichting om de producten daarvan te betrekken of langetermijncontracten hebben afgesloten.
De cost-plusmethode vertoont sterke gelijkenissen met de methode van de berekende waarde.1 Laatstgenoemde methode laat zich eveneens, aldus de Aantekening bij artikel 6 CVA, het beste toepassen voor die gevallen dat de koper en verkoper verbonden partijen zijn. Dat is dan ook vermoedelijk de reden dat in artikel 6 CVA (of in Europeesrechtelijk verband artikel 74, lid 2, onderdeel d, DWU jo. artikel 143 UDWU) ruimschoots aandacht wordt besteed aan het mitigeren van prijsinvloeden voortvloeiend uit de verbondenheid van partijen. Het enige noemenswaardige verschil tussen de methode van de berekende waarde en de cost-plusmethode is dat de methode van de berekende waarde de posten ‘winst’ en ‘bedrijfskosten’ als één geheel in aanmerking neemt (onderdeel 8.4.3), waar de cost-plusmethode deze posten separaat bepaalt.2