Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.3.5.5:7.3.5.5 Verband tussen de zware gradatie en de vereiste bewijsmiddelen?
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.3.5.5
7.3.5.5 Verband tussen de zware gradatie en de vereiste bewijsmiddelen?
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940321:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 7.3.5.3.
Zie daarover nader paragraaf 7.3.8.3.
HR 11 april 1979, BNB 1979/145. Aldus ook: Koopman 1996, par. 4.3.4.
Happé e.a. 2010, p. 394.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor ben ik ingegaan op gevallen waarin de wet bepaalde bewijsmiddelen aanwijst die ten minste moeten worden aangedragen, om in de bewijslast te kunnen slagen (bewijsdrempels).1 In het verlengde hiervan kan de vraag worden gesteld of de zware gradatie van vereist bewijs (‘doen blijken’2) meebrengt dat aan de bewijsmiddelen nadere eisen kunnen worden gesteld. De Hoge Raad heeft een dergelijke visie in algemene zin afgewezen.3 Dat de wet voor een bepaald standpunt de zware gradatie voorschrijft, heeft geen invloed op de aard van de bewijsmiddelen waarmee het bewijs naar die zware gradatie kan worden geleverd. Ook stelt de zware gradatie geen bijzondere eisen aan de hoeveelheid te produceren bewijsmiddelen.4 De gradatie ziet namelijk exclusief op de overtuigingskracht: het betreft een zuivere waarderingskwestie. In paragraaf 7.3.9 kom ik daarop afzonderlijk terug.