Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/7.2.3
7.2.3 Het moment dat de moedermaatschappij een beroep kan doen op de intrekking van de 403-verklaring
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250288:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Op 13 maart 2019 heeft een medewerker van de Kamer van Koophandel mij telefonisch meegedeeld dat het verwerken van een gedeponeerde intrekkingsverklaring ongeveer vijf werkdagen duurt.
Zie art. 25 lid 1 Handelsregisterwet 2007. Op grond van art. 24 lid 1 Handelsregisterwet 2007 draagt de Kamer van Koophandel er zorg voor dat de mededeling wordt gedaan in een door de minister aangewezen publicatieblad, of een ander even doeltreffend instrument, dat ten minste een systeem omvat dat in chronologische volgorde, via een centraal elektronisch platform, toegang tot de geopenbaarde informatie biedt. Zie Snijder-Kuipers – T&C Ondernemingsrecht, art. 24 Handelsregisterwet 2007, aant. 2 en Van Zoest 2019, p. 31, die erop wijzen dat het elektronische platform dat wordt gebruikt de website van de Kamer van Koophandel is (www.kvk.nl). Op 13 maart 2019 heeft een medewerker van de Kamer van Koophandel mij telefonisch meegedeeld dat de mededeling van de deponering van de intrekkingsverklaring ongeveer vijf werkdagen nadat deze verklaring is gedeponeerd, wordt gedaan op de website. Daarnaast wijs ik erop dat krachtens art. 3a lid 1 Handelsregisterregeling de Staatscourant is aangewezen als publicatieblad als het gaat om een NV of een BV. In het geval dat van een Europese naamloze vennootschap (SE) of een Europese coöperatieve vennootschap (SCE) met statutaire zetel in Nederland is, schrijft art. 3a lid 2 Handelsregisterregeling voor dat het Publicatieblad van de Europese Unie het aangewezen publicatieblad is. Zie ook Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/585.
Als een moedermaatschappij haar 403-verklaring intrekt, blijft zij aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij heeft verricht tot het moment dat de moedermaatschappij tegenover de crediteur een beroep kan doen op de intrekking.1 De moedermaatschappij kan geen beroep doen op de intrekking zolang de intrekkingsverklaring nog niet in het handelsregister is verwerkt door de Kamer van Koophandel2 en, voor zover van toepassing, er nog geen mededeling van deze deponering is gedaan.3 Deze mededelingsplicht geldt onder meer als het gaat om een NV of een BV.4 Een crediteur die aantoont dat hij onmogelijk kennis heeft kunnen nemen van de mededeling van de deponering, krijgt een terme de grâce van maximaal vijftien dagen nadat de mededeling is gedaan. Pas na die periode kan de moedermaatschappij tegenover deze crediteur een beroep doen op de intrekking.5 Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie dat de website van de Kamer van Koophandel niet beschikbaar is wegens een denial of service-aanval. De moedermaatschappij kan dan contact opnemen met de crediteuren en hen de intrekkingsverklaring zelf toesturen. Vanaf dat moment kan de moedermaatschappij tegenover deze crediteuren een beroep doen op de intrekking.