Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/3.5.3
3.5.3 Gebruik ten behoeve van uitvoering van de belastingwet
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285218:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk 2, par. 6. In een klachtenprocedure bevestigde de Nationale ombudsman de rechtmatigheid van het gebruik van (bank)gegevens van klager ten behoeve van diens fiscaal partner, maar liet hij zich niet uit over de vraag of en in hoeverre gegevens vóórafgaand geschoond hadden moeten worden (rapport No 21 december 2020, nr. 2020/050, https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/rapporten/2020050 (online, geraadpleegd op 5 januari 2021)).
O.a.: de formulering van het “verder bekend te maken (…) dan gevorderd wordt” naar het “verder bekend te maken dan noodig is” (zie uitgebreider: Hoofdstuk 2, par. 6.1) of het gebruik van de term “in 's Rijks belang” in de Wet PB 1950 en de SW 1956. Ook de systematiek van uitwisseling van gegevens ten behoeve van andere belastingplichtigen/belastingmiddelen laat de nodige verschillen zien (vide: Hoofdstuk 2, par. 6.5).
Art. 33 Wet op de DT 1917 bepaalde dat ten behoeve van de uitvoering van die wet verzamelde fiscale gegevens mochten worden gebruikt voor de uitvoering van andere belastingwetten. In art. 34 Wet op DT 1917 was de gebruikelijke uitwisselingsbepaling opgenomen voor het gebruik van fiscale informatie uit andere belastingwetten ten behoeve van de uitvoering van de Wet op de DT 1917.
In hele specifieke situaties kan het gebruik van fiscale gegevens worden beperkt zoals bijvoorbeeld het verbod van zelfincriminatie (nemo-teneturbeginsel) waardoor afgedwongen wilsafhankelijk materiaal niet gebruikt mag worden voor het fiscale boete- en strafrecht (o.a.: EHRM 5 april 2012 (Chambaz), ECLI:NL:XX:2012:BW5997, FED 2012/77, EHRM 21 april 2009 (Marttinen), ECLI:NL:XX:2009:BJ3599, FED 2009/69 en HR (civiele kamer) 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3640, BNB 2014/101. Vergelijk: par. 2.1.4 VIV 1993.
Zie onder meer: HR 10 februari 1960, ECLI:NL:HR:1960:AY0574, BNB 1960/81 (gebruik aangifte erfbelasting van andere erfgenaam voor waardering aandelen), HR 16 januari 1974, ECLI:NL:HR:1974:AX4567, BNB 1975/26 (gegevens van vennootschap voor waardering van een krachtens erfrecht verkregen schuldvordering), Rechtbank Haarlem (civiele kamer) 26 januari 1988, ECLI:NL:RBHAA:1988:AD0162, NJ 1989/660 (het gebruik van fiscale gegevens door de ontvanger inzake een vordering tot betaling van een geldsom uit hoofde van paulianeus handelen c.q. onrechtmatige daad), Hof Arnhem-Leeuwarden 10 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3237 (het gebruik van informatie over verzwegen Zwitserse inkomsten ten behoeve van correcties bij de aandeelhouder en diens vennootschap (afgedaan met toepassing van art. 81 Wet RO in HR 8 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:323)), Hof Arnhem-Leeuwarden 22 oktober 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:8934 (het gebruik van de aangifte erfbelasting van zus) en HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1785, BNB 2020/30 (geen misbruik van recht als informatieverzoek aan belastingplichtige ook voor een ander fiscaal doel (vaststelling vestigingsplaats Limited) zou kunnen worden gebruikt).
Uit Hoofdstuk 2 blijkt dat in het pre-AWR-tijdperk een duidelijke ontwikkeling is te zien van het vergaren van gegevens ten behoeve van de uitvoering van één specifieke materiële belastingwet voor één specifieke belastingplichtige naar het integraal, meervoudig gebruik van gegevens voor alle belastingwetten en ten behoeve alle belastingplichtigen in de AWR.1 Dat neemt niet weg dat in die periode de wetgever soms zoekende was naar de juiste formuleringen2 en niet altijd even consequent was: soms ontbrak zonder enige toelichting een geheimhoudingsbepaling, werd de invordering van belastingen niet altijd opgenomen en was de wederkerigheid van het gebruik van fiscale gegevens alleen in de Wet op de DT 1917 geregeld.3 De fiscale geheimhoudingsplicht van art. 67 AWR staat er dan ook niet aan in de weg dat fiscaal relevante informatie binnen de verschillende organisatieonderdelen van de Belastingdienst – voor zover zij zich bezig houden met de uitvoering van de belastingwet of de invordering van belasting – wordt gebruikt ten behoeve van verschillende belasting-, administratie- en inhoudingsplichtigen en derden (zoals de fiscale rechtsbijstandverleners).4 Dit wordt bevestigd in de jurisprudentie.5