Het recours objectif, een herwaardering
Einde inhoudsopgave
Het recours objectif, een herwaardering (SteR nr. 56) 2022/8.4.2.2:8.4.2.2 Relevantie van beroep in het belang van het recht
Het recours objectif, een herwaardering (SteR nr. 56) 2022/8.4.2.2
8.4.2.2 Relevantie van beroep in het belang van het recht
Documentgegevens:
mr. B. Assink, datum 01-09-2022
- Datum
01-09-2022
- Auteur
mr. B. Assink
- JCDI
JCDI:ADS675412:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 8.1.2.
Zie bijvoorbeeld AbRvS 17 mei 2017, Gst. 2017/170 m. nt. B. Assink.
Zie paragraaf 5.2.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Over de toegevoegde waarde van beroep in het belang van het recht kunnen - los van de concrete vormgeving van dit instrument (waarover hierna enkele gedachten worden ontvouwd) - een aantal algemene opmerkingen worden gemaakt. Zo kan door een selectief en afgewogen gebruik van deze beroepsvorm het systeem van checks and balances tussen de rechterlijke macht en de besturende macht een significante impuls krijgen. Het zaaksaanbod wordt immers verbreed, waardoor ruimere (zaaksoverstijgende) rechtmatigheidscontrole en rechtmatigheidsbewaking door de bestuursrechter mogelijk is.
Verder kan alleen al van de mogelijkheid van beroep in het belang van het recht een sterke preventieve werking naar bestuursorganen uitgaan. Hierbij is vooral van belang dat vanwege de potentiële inzet van dit buitengewone rechtsmiddel de besluitvorming van bestuursorganen - over een brede linie - moeilijker kan ‘ontsnappen’ aan fundamentele rechtsstatelijke controle door de bestuursrechter. Dat is vooral relevant op terreinen van bestuurlijke besluitvorming waarop de controle door de bestuursrechter traditioneel zwakker is. Gedacht kan worden aan begunstigende besluiten waartegen zelden beroep wordt ingesteld, complexe en specialistische besluitvorming die voor veel burgers moeilijk is te doorgronden (en waarop de controle door volksvertegenwoordigende organen ook vaak minder diepgaand is), en besluiten waarbij de kring van belanghebbenden klein is. Maar ook gebieden van besluitvorming waarbij geschillen vaak buiten de bestuursrechter om tot een einde komen via bijvoorbeeld mediation, besluiten waarbij de bijzondere wet een serieuze drempel kan vormen voor het instellen van beroep bij de bestuursrechter (denk aan hetgeen hierover eerder is opgemerkt over de Wmo 2015)1, of besluiten die vanwege het relativiteitsvereiste minder snel in aanmerking komen voor vernietiging door de bestuursrechter (vooral als op dit gebied geen belangengroepen bestaan die algemeen belang-acties voeren). In al deze gevallen kan beroep in het belang van het recht worden beschouwd als een ‘rechtsstatelijk breekijzer’ om bestuursorganen te proberen bij de ‘rechtsstatelijke les’ te houden.
In het verlengde hiervan kan over beroep in het belang van het recht in het algemeen worden opgemerkt dat van een selectief en afgewogen gebruik hiervan (waarbij het dus niet te vaak wordt ingezet, zodat wordt voorkomen dat het instrument mogelijk ‘bot’ wordt) mede vanwege de grote rechtsstatelijke lading en symboliek een sterke opvoedende en signaalwerking kan uitgaan naar bestuursorganen. Zeker als een onrechtmatig besluit waartegen beroep in het belang van het recht wordt ingesteld het topje van de ijsberg blijkt te zijn. Het dwingt bestuursorganen tot rechtsstatelijke alertheid, omdat de kans wordt vergroot dat publiekelijk verantwoording moet worden afgelegd over de verenigbaarheid van de eigen bestuurlijke besluitvorming met het recht en de daarin besloten liggende fundamentele rechtsstatelijke uitgangspunten. Een ‘rechtsstatelijke spiegel’ via het beroep in het belang van het recht kan bovendien een effectief tegenwicht bieden aan het bedrijfsmatige denken binnen bestuursorganen en de eigen dynamiek die aan besturen eigen is.
Ten slotte kan via een beroep in het belang van het recht sturing plaatsvinden van normatieve rechtsstatelijke besluitvormingskaders waarbij dat nodig is. Het kan op dat vlak natuurlijk ook als aanjager fungeren. Gedacht kan worden aan het stellen van nadere eisen aan digitale besluitvorming inzake de openbaarmaking van onderliggende keuzes, gegevens en aannames.2 Maar ook bij al te flagrante rechtsschendingen door bestuursorganen, waarbij geen beroep op de bestuursrechter wordt gedaan, kan beroep in het belang van het recht van toegevoegde waarde zijn. Het instrument kan trouwens goed worden gecombineerd met een conclusie als bedoeld in artikel 8:12a Awb, omdat het bij een conclusie in de regel ook gaat om zaaksoverstijgende rechtsstatelijke reflectie. Andersom kunnen conclusies ook inspirerend werken in het afwegingsproces om beroep in het belang van het recht in te stellen. Overigens kan deze buitengewone beroepsmogelijkheid voorkomen dat soms ‘systeem-vreemde’ noodgrepen moeten worden gedaan om een principiële uitspraak van de bestuursrechter over een bepaalde juridische kwestie te ontlokken. Eerder werd in dit verband gewezen op de Zwarte Piet-uitspraak, die in feite een verkapt beroep in het belang van het recht behelsde.3 Hier werd door de Afdeling namelijk incidenteel soepel omgegaan met het belanghebbende-vereiste, omdat volgens haar sprake was van een zaaksoverstijgend maatschappelijk en juridisch belang bij het geven van een rechtmatigheidsoordeel over de in geding zijnde evenementenvergunning.