Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/3.3.2.2:3.3.2.2 Een schakel in een onrechtmatige keten
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/3.3.2.2
3.3.2.2 Een schakel in een onrechtmatige keten
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657484:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 18 mei 1979, ECLI:NL:HR:1979:AC6579, NJ 1979/480, m.nt. L. Wichers Hoeth (Maxis/Boekhandelaren).
Zie hierna § 3.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een moeilijker geval is dat waarin rechtmatig gedrag wordt verboden omdat het een schakel vormt in een onrechtmatige keten, zoals in het Maxis/Boekhandelaren-arrest.1 Een aantal uitgevers en boekhandelaren had afspraken gemaakt over de minimumprijs van boeken. Maxis doorbrak deze gesloten verkooporganisatie van de Nederlandse boekhandelaren door toch boeken aan te bieden tegen een lagere prijs. Maxis kon ten aanzien van één deel van de boeken aantonen dat ze uit België geïmporteerd werden, maar ten aanzien van een ander deel niet. Dat wekte de indruk dat Maxis profiteerde van de wanprestatie van een of meerdere handelaren in Nederland. Een aantal handelaren vorderde een bevel de handel in deze boeken te staken. De Hoge Raad achtte het verbod toewijsbaar:
“Wanneer echter, zoals het Hof hier heeft aangenomen, voor de onrechtmatigheid van enig gedrag een zekere stelselmatigheid en frequentie van bepaalde handelingen is vereist, en de rechter in de dreiging dat gedaagde zich aan zulk gedrag zal schuldig maken, aanleiding ziet tot het opleggen van een verbod daarvan, kan het voor de effectiviteit van zijn verbod noodzakelijk zijn, afzonderlijke handelingen welke deel zouden uitmaken van het gevreesde onrechtmatige gedrag, op straffe van een dwangsom te verbieden. Het onderdeel gaat er ten onrechte van uit dat in een dergelijk geval de rechter een zodanige vrijheid niet zou hebben.”
Dat ligt heel dicht aan tegen wat in Holst/Philips zo principieel van de hand was gewezen. Het gaat hier weliswaar om een schakel in een keten van potentieel onrechtmatig handelen, maar dat neemt niet weg dat die schakel op zichzelf gewoon rechtmatig is. Natuurlijk is het gevorderde verbod ‘effectiever’ dan het nauwkeuriger geformuleerde verbod, maar, om de redenering maar eens tot het absurde te reduceren, Maxis verbieden überhaupt te handelen is ook ‘effectief.’ Toch zal niemand dat rechtvaardig vinden. Het punt is nu juist dat op grond van een vaststelling van rechten en plichten over en weer tot een genuanceerd oordeel gekomen moet worden. Het beoordelingskader dat de Hoge Raad de rechter hier aanreikt, is te eenzijdig.
Mij lijkt enige voorzichtigheid dan ook geboden. Natuurlijk is het waar dat om pragmatische redenen een bevel soms in algemene termen moet worden afgegeven, maar veel meer vrijheid zou de rechter hier niet moeten nemen. Het is niet uitgesloten dat de Hoge Raad deze ruimte heeft genomen omdat het hier gaat om een kort geding en hij de voorzieningenrechter ruimte wil geven, maar in de kern komt deze benadering in strijd met het uitgangspunt van Holst/Philips en, zoals ik hierna uiteen zal zetten, de aard van het bevel in een normcentrisch en relationeel remedierecht.2