Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.7.3:4.7.3 Conclusie
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.7.3
4.7.3 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193609:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 1 lid 6 Richtlijn (EU) 2019/1160.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een icbe kan op twee manieren ophouden te bestaan: door fusie of door liquidatie. De regels omtrent liquidatie zijn niet geüniformeerd. Gegeven de vele rechtsvormen die een icbe kan aannemen, is een gedetailleerde liquidatieprocedure ook niet gewenst. De relevante bepalingen zijn in dit geval de nationale regels voor de rechtsvorm van de icbe. Algemene verplichtingen met bijvoorbeeld verplichte communicatie-uitingen, gedragsregels en tijdslijnen zouden echter niet misstaan in de icbe-regelgeving en zouden bijdragen aan het doel van uniforme bescherming van deelnemers. De IOSCO-principes over de liquidatie van beleggingsinstellingen zijn hierbij een mooie leidraad. Recentelijk zijn er bepalingen opgenomen in de Icbe-Richtlijn voor de registratie van een icbe in een bepaalde lidstaat.1 Ook bij deze bepalingen zou aansluiting gezocht kunnen worden.
De fusie tussen twee icbe’s is wél een onderwerp in de icbe-regelgeving. De regelgeving is uitvoerig en zet in op deelnemerscommunicatie en het belang van de deelnemers. De bevoegde autoriteit dient hierop toe te zien en toestemming te verlenen aan de fusie. Om te voorkomen dat doorlooptijden te lang worden, zijn ook tijdslijnen in de regelgeving opgenomen. Met name grensoverschrijdende fusies zouden hierdoor eenvoudiger moeten worden. De bepalingen zijn in lijn met de good practices die IOSCO hierover bepaald heeft, en zijn veelal uitgebreider en gedetailleerder. Het is alleen opmerkelijk dat in tegenstelling tot wat IOSCO aanbeveelt, ook icbe’s die qua beleggingsbeleid van elkaar verschillen mogen fuseren. De fusiebepalingen zouden moeten bijdragen aan het oplossen van het probleem van de te kleine en dure icbe. In de praktijk zijn grensoverschrijdende fusies echter nog geen gemeengoed. Civielrechtelijke en met name fiscale bepalingen van lidstaten lopen hiervoor nog te veel uiteen.