Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.3.3.2
4.3.3.2 Interpretatie in de rechtspraak
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943644:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hof Den Haag 15 januari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:21, r.o. 2.2.6.
Hof Den Haag 15 januari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:21, r.o. 2.2.6.
Hof Den Haag 15 januari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:22, r.o. 2.2.5.
Hof Amsterdam 14 juli 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2010, r.o. 3.17.
Rb. Noord-Holland 24 juni 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:4968, r.o. 5.6.
Rb. Midden-Nederland 1 juni 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2022, r.o. 4.20.
Hof Den Haag 28 februari 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:253, r.o. 4.15; Rb. Rotterdam 25 juni 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6192, r.o. 4.12, 4.15 en 4.16.
Rb. Rotterdam 25 juni 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6192, r.o. 4.6-4.17.
Het Hof Den Haag oordeelde in 2019 dat eindejaarsuitkeringen niet onder periodeloon vallen.1 De eindejaarsuitkering is een extra vergoeding, aldus het hof.2 Onder ‘loon en overige vergoedingen’ uit art. 8 Waadi zijn volgens het hof in ieder geval te verstaan het geldende periodeloon, periodieken, toeslagen alsmede onbelaste kostenvergoedingen. Bij toeslagen gaat het volgens het hof om alle toeslagen, zoals voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid, ploegendienst en andere inconvenienten.3 Ook het Hof Amsterdam overwoog in 2020 dat de eindejaarsuitkering niet onder het periodeloon kan worden geschaard.4
De Rechtbank Noord-Holland oordeelde in juni 2020 dat ongeoorloofde ongelijkheid ontstaat en niet wordt voldaan aan art. 8 Waadi als een uitzendkracht geen verhogingen ontvangt, terwijl werknemers die rechtstreeks in dienst zijn van de inlener deze verhogingen wel ontvangen.5
In juni 2022 oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland dat een eindejaarsuitkering en bonusregeling niet onder het loonbegrip of overige vergoedingen vallen in de zin van art. 8 Waadi.6
In februari 2023 oordeelde het Hof Den Haag dat niet alle emolumenten waarop werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies bij de inlener recht hebben, aangemerkt kunnen worden als loon in de zin van art. 8 lid 1 Waadi. De in kwestie gevorderde resultaatafhankelijke beloning, persoonlijke prestatieverhoging en aan het bedrijfsresultaat gekoppelde bonus behoorden volgens het hof niet tot loon in de zin van art. 8 lid 1 Waadi.7 De in eerste aanleg toegewezen cao-loonsverhogingen en eenmalige cao-uitkering bleven in stand.8