Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/6.2.1.4
6.2.1.4 Casuspositie 3: De campingexploitant (BNB 2000/330)
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661329:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Gebaseerd op HR 14 juni 2000, nr. 35275, BNB 2000/330. Strikt genomen past de behandeling van deze casus niet goed in de gekozen afbakening (paragraaf 1.5), omdat 1) het onderliggende arrest ziet op een belastingplichtige in hoedanigheid van ondernemer (campingexploitant); en 2) de informatie is niet afkomstig van de Belastingdienst maar de lagere heffende overheid (heffingsambtenaar van een waterschap). Toch heb ik de zaak geselecteerd, gezien het belang van het arrest in de voorlichtingsjurisprudentie. Het was namelijk het eerste – en lange tijd enige – arrest na de rechtsregel uit BNB 1979/311 waarin de belastingplichtige ook het dispositievereiste voldeed (zie later BNB 2022/10). Bovendien verwijst de Hoge Raad naar het arrest in bijv. BNB 2021/76 (paragraaf 6.2.1.7).
Dat komt in de jurisprudentie maar weinig voor, zie verder paragraaf 4.3.4.
Casuspositie
Type voorlichting
Soort communicatie
Aard
Tekortkoming
Beroep op vertrouwensbeginsel
3. De campingexploitant1
Brief
Geschreven tekst
Individueel
Onjuistheid
Slaagt
De situatie
Een campingexploitant vraagt het Waterschap (hierna: lokale belastingheffer) om inlichtingen over de hoogte van de verontreinigingsheffing van oppervlaktewater. Aanleiding voor de vraag is een wijziging in zijn bedrijfsvoering. De lokale belastingheffer verstrekt informatie in een brief (antwoordbrief), de campingexploitant reageert daarop met de voorgenomen berekening. Hij hoort niets terug en doet aangifte conform de verstrekte informatie. Toch legt de lokale belastingheffer een hogere aanslag op. In de antwoordbrief bleek achteraf een onjuist getal (afvalwatercoëfficient) te staan. Mocht de campingexploitant vertrouwen op de informatie?
Standpunt lokale belastingheffer, burger en belastingrechter
Lokale belastingheffer: De brief bevat een fout, maar de aanslag blijft in stand.Burger: De campingexploitant heeft actief geïnformeerd naar de concrete fiscale gevolgen van zijn bedrijfswijziging. Hij heeft de onjuistheid in de informatie niet onderkend. Bovendien lijdt hij schade door de onverwachts hogere aanslag.Belastingrechter: De Hoge Raad past hetzelfde beoordelingskader toe als in casuspositie 1 en 2. In dit geval komt de Hoge Raad (in lijn met het Hof) tot het oordeel dat de campingexploitant de fout niet had hoeven te onderkennen, gezien de specifieke en ontoegankelijke materie. Bovendien voldoet de campingexploitant aan het dispositievereiste, omdat hij op grond van de brief een extra tariefsverhoging heeft nagelaten en hij de aanslag achteraf niet meer kan doorberekenen aan zijn campinggasten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt.
Het juridisch perspectief en het burgerperspectief
Juridisch perspectief: Vanuit dit perspectief kan, gezien het geldende beoordelingskader voor de toepassing van het vertrouwensbeginsel, worden verklaard dat de burger in deze situatie mag vertrouwen op de uitingen. Bijzonderheid is dat de man in dit geval (ook) aan het dispositievereiste voldoet.2 De campingexploitant had voortgebouwd op de verstrekte inlichtingen en leidt daardoor schade (de belasting die was bedoeld om af te wentelen op de afnemer komt voor eigen rekening). Nu de campingexploitant voldoet aan beide voorwaarden voor de uitzondering op de hoofdregel, komt het risico van de fout voor rekening van de lokale belastingheffer.Burgerperspectief: Vanuit dit perspectief komt dezelfde uitkomst van gebondenheid tot stand, maar om geheel andere redenen. Het communicatieve doel van de informatiebrief is om de campingexploitant te informeren over de geldende regels, met het oog op zijn aangifte (common ground). De interpretatie die de man maakt van de informatie ligt voor de hand: de getallen zijn maar op één manier te lezen. De oorzaak van de miscommunicatie ligt in communicatief opzicht bij de zender. Deze schreef 0,004 (terwijl er 0,023 had moeten staan). De zender is hier de inhoudelijke expert en de campingexploitant mag ervan uitgaan dat hij, gezien het communicatieve doel en de context, juiste, relevante en heldere informatie krijgt (communicatiemaximes). Er was voor de campingexploitant geen reden om te twijfelen aan de communicatieve betekenis van de informatie. Dan mag hij in communicatief opzicht vertrouwen op de uiting.
Confrontatie van perspectieven
Bijzonder aan deze casus is dat in beide perspectieven sprake is van te honoreren verwachtingen. In dat opzicht is hier dan ook geen sprake van een conflict tussen de perspectieven. Kanttekening is dat de burger in dit geval tot de hoogste rechter heeft moeten procederen om de gebondenheid van de lokale belastingheffer aan zijn uiting in juridisch opzicht af te dwingen. Dat wringt met de het perspectief van de burger: van communicatieve gebondenheid was in zijn ogen al op een veel eerder moment sprake. Hoewel de perspectieven hier dus qua resultaat niet conflicteren, geldt dat wel voor de weg ernaartoe. Opmerkelijk is dat de fout in de inlichting betekent dat deze niet voldoet aan de juridische én communicatieve kwaliteitseis van juistheid (paragraaf 2.5.2, 5.3.2.1), hoewel de burger daar in dit geval (vanwege disponeren) wel tegen wordt beschermd. Tot slot dringt zich een ander knelpunt op: kan een burger, die ‘gewoon’ zijn fiscale verplichtingen nakomt op grond van aan hem verstrekte informatie maar verder niets doet of nalaat, wel voldoen aan het dispositievereiste? Juist deze succesvolle casus laat zien dat er in de huidige toepassing van het vertrouwensbeginsel meer nodig is dan een fiscale teleurstelling.