Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/5.3.2
5.3.2 Wijzigingen in de elementen voor de aftrek
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS493360:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Voetnoten
Voetnoten
De in art. 185 lid 2 Btw-richtlijn opgesomde categorieën (nummers 3-7) zouden immers niet van art. 185 lid 1 Btw-richtlijn uitgezonderd hoeven worden als zij niet reeds onder de reikwijdte van art. 185 lid 1 Btw-richtlijn zouden vallen. Zie ook pt. 41 van de conclusie van A-G Kokott bij HvJ 18 oktober 2012, nr. C-234/11, V-N 2012/56.13 (TETS Haskovo).
Aldus ook HvJ 9 juni 2016, nr. C-332/14, V-N 2016/32.16 (Wolfgang und Dr. Wilfried Rey), r.o 38.
Vooruitlopend op paragraaf 5.3.3 ontkom ik er niet aan om bij de bespreking van de zaken TETS Haskovo en Gran via Moineşti ook al in te gaan op de betekenis van de categorie ‘vernietiging’.
In deze paragraaf sta ik stil bij de betekenis van art. 185 Btw-richtlijn, in het bijzonder de vraag naar reikwijdte van de ‘gewijzigde elementen’ van art. 185 lid 1 Btw-richtlijn. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de bepaling kan worden opgemaakt dat de ‘gewijzigde elementen’ verband houden met de ná de aangifte ‘gewijzigde omstandigheden’ c.q. ‘gebeurtenissen’ (art. 21 lid 1 onderdeel b Zesde richtlijn), zulks in tegenstelling tot de ten tijde van de aangifte ‘nog niet bekende omstandigheden’ (art. 21 lid 1 onderdeel b Zesde richtlijn c.q. art. 184 Btw-richtlijn), waarvan we inmiddels weten dat hieronder ook de ‘gewijzigde omstandigheden’ moeten worden verstaan.
Anders dan een wijziging van btw-belast naar btw-vrijgesteld gebruik of de overgang van goederen naar de privésfeer van de ondernemer, is tot nu toe in deze studie niet gebleken aan welke ‘gewijzigde elementen’ moet worden gedacht. Uit de tekst van art. 185 Btw-richtlijn kan evenwel worden opgemaakt dat van herziening van de btw vanwege een wijziging in de elementen in ieder geval sprake is in de volgende situaties:1
Geannuleerde aankopen.
Verkregen rabatten.
Onbetaald gebleven handelingen.
Vernietiging.
Verlies.
Diefstal.
Onttrekkingen voor het verstrekken van geschenken van geringe waarde en van monsters.
Het betreft geen limitatieve opsomming.2 Er zijn ook andere situaties denkbaar die, indien reeds bekend op het moment van de btw-aangifte, aanvankelijk niet zouden hebben geleid tot aftrek van btw (waarover later meer). Ook deze (niet-gecodificeerde) gevallen vallen onder de reikwijdte van art. 185 Btw-richtlijn. Om meer gevoel te krijgen bij de ‘wijzigingen in de elementen’, behandel ik in deze paragraaf enkele uitspraken van het HvJ (het zijn er niet veel) waarin art. 185 Btw-richtlijn centraal stond. Achtereenvolgens sta ik stil bij de arresten HvJ TETS Haskovo (paragraaf 5.3.2.1), HvJ Gran via Moineşti (paragraaf 5.3.2.2)3 en HvJ FIRIN (paragrafen 5.3.2.3-5.3.2.4). Het geheel sluit ik af met een conclusie (paragraaf 5.3.2.5).
5.3.2.1 Het TETS Haskovo-arrest (vervolg)5.3.2.2 Het Gran via Moineşti-arrest5.3.2.3 Het FIRIN-arrest5.3.2.4 Het FIRIN-arrest (vervolg)5.3.2.5 Slotsom