De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.5.4:5.5.4 De gevallen waarin het waarborgfonds kan worden aangesproken
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.5.4
5.5.4 De gevallen waarin het waarborgfonds kan worden aangesproken
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS394762:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 4.623.
Bron: Council of Bureaux. In het Verenigd Koninkrijk geniet de benadeelde die een insolvente verzekeraar tegenover zich treft wel bescherming, maar daarvoor is niet het waarborgfonds aan te spreken, maar - op grond van de Policyholders' Protection Act 1975 - de Policyholders' Protection Board.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens de Richtlijn behoeft het waarborgfonds alleen op te komen voor ongevallen die zijn veroorzaakt door onbekend gebleven dan wel onverzekerde voertuigen. Ten onrechte wekt de titel van hoofdstuk 4 van de Richtlijn, die aan het waarborgfonds is gewijd, de indruk dat het bij deze laatste categorie voertuigen alleen om ten onrechte niet verzekerde voertuigen zou gaan, maar uit het verband met art. 5 lid 2 blijkt dat het waarborgfonds ook moet kunnen worden aangesproken voor ongevallen die zijn veroorzaakt door met gebruikmaking van dat artikellid van de verzekeringsplicht vrijgestelde voertuigen. De merkwaardige consequentie hiervan is dat de schade wordt vergoed uit de bijdragen die door de verplicht verzekerden worden opgebracht en dat deze aldus ten laste van de collectiviteit van verzekeringsplichtigen blijft, als het waarborgfonds niet in staat is de uitgekeerde schadebedragen te verhalen op de niet verzekerde van de verzekeringsplicht vrijgestelde.
Als een bijzonder geval van een onverzekerd voertuig kan het gestolen voertuig worden gezien in die gevallen waarin een lidstaat gebruik maakt van de door de Richtlijn in art. 13 lid 2 geboden mogelijkheid om van de verplichte dekking onder de polis uit te zonderen de schade die door gestolen of door geweldpleging verkregen voertuigen is veroorzaakt. Voorwaarde voor een dergelijke uitsluiting is dat de benadeelde zich tot het waarborgfonds moet kunnen wenden.
De Richtlijn verplicht de lidstaten benadeelden toegang tot het waarborgfonds te bieden in de twee genoemde gevallen maar sluit niet uit dat benadeelden ook in andere gevallen een aanspraak op het waarborgfonds krijgen.1 Het meest voorkomende geval is dat van de insolvent geraakte verzekeringsmaatschappij. In 22 lidstaten kan het waarborgfonds in geval van insolventie van een Wam-verzekeraar worden aangesproken.2 Voor Nederland kan worden gewezen op art. 25 lid 1 onder d) Wam.