Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/5.6.3.2
5.6.3.2 Reikwijdte ten aanzien van de Belgische medezeggenschapsrechten
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS387408:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ook ten aanzien van de interne fusie van vennootschappen neemt men in de Belgische literatuur doorgaans aan dat de fusie een einde maakt aan de opdracht die is verleend aan de commissaris van de verdwijnende vennootschap. Zie Van Bruystegem & Vercruysse (2007), nr. 7-510. Bij een grensoverschrijdende fusie geldt bovendien dat de functie van commissaris zoals die door het W. Venn. is vormgegeven na de fusie niet terugkeert, voor zover de uit de fusie ontstane vennootschap in het buitenland is gelegen.
Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG van 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/ EEG van de Raad.
De statuten kunnen niet bepalen dat aan de algemene vergadering respectievelijk de vennoten een effectief stemrecht wordt onthouden. Een bindende voordracht of een recht tot aanbeveling moet daarom minimaal twee volwaardige kandidaten bevatten.
Belgische werknemers hebben via de ondernemingsraad een recht tot het maken van bezwaar ten aanzien van de benoeming van de commissaris (zie hoofdstuk 4.4.3). De functie en bevoegdheden van de commissaris zijn vormgegeven door het W. Venn. De invloed die werknemers op zijn benoeming uitoefenen, komt te vervallen als de Belgische vennootschap als een gevolg van de fusie ophoudt te bestaan.1 Toch valt deze invloed niet te kwalificeren als Europese medezeggenschap. De commissaris is namelijk geen toezichthoudend, leidinggevend of bestuursorgaan van de vennootschap. Dat de commissaris binnen de vennootschap een toezichthoudende taak verricht, maakt dit niet anders. Relevant is dat de functie van commissaris zijn basis in de Vierde Richtlijn vindt.2 De Vierde Richtlijn harmoniseert de regels inzake het jaarrekeningenrecht en stelt onder meer verplicht dat de jaarrekening van bepaalde vennootschappen wordt gecontroleerd door daartoe bevoegde personen. Binnen het Belgische recht is dat de commissaris, zoals dat binnen het Nederlandse recht de accountant betreft. De SE-Verordening noch de Tiende Richtlijn biedt enige indicatie dat met het toezichthoudende orgaan (eveneens) is gedoeld op de instantie die toezicht houdt op de jaarrekening. Eerder is het tegendeel het geval. Hoewel het Europese vennootschapsrecht het begrip toezichthoudend orgaan niet expliciet definieert, valt uit art. 40 SE-Verordening af te leiden dat het houden van toezicht op het bestuur in algemene zin een belangrijk kenmerk van dit orgaan betreft. De commissaris houdt slechts toezicht op de financiële aspecten. Een bijkomend argument is dat de Vierde Richtlijn alle lidstaten verplicht tot het instellen van een instantie die de jaarrekening van een bepaalde categorie vennootschappen controleert. Hiermee valt niet te verenigen dat de Belgische commissaris ten aanzien van het Europese recht als toezichthoudend orgaan wordt beschouwd enkel omdat zijn functie door het vennootschapsrecht wordt ingekleurd.
Ook de positie van de ondernemingsraad bij de benoeming van de onafhankelijke bestuurder is geen Europese medezeggenschap. Hoewel de Europese definitie van medezeggenschap een ruime uitleg kent, vereist het hebben van invloed wel enige actieve handeling van (de vertegenwoordigers aan) werknemerszijde. Het ontvangen van de kennisgeving dat tot benoeming wordt overgegaan, maakt de ondernemingsraad tot een passieve actor in het besluitvormingsproces. De ondernemingsraad wordt van de benoeming op de hoogte geacht, niet meer dan dat. Hij ontbeert het recht te reageren, laat staan een advies te geven. Hoewel de ondernemingsraad de kennisgeving in kort geding kan afdwingen, wordt via die weg slechts bewerkstelligd dat de ondernemingsraad de kennisgeving alsnog krijgt toegezonden.
Concluderend zijn de Belgische vennootschappen op basis van het nationale vennootschapsrecht niet aan enig Europees medezeggenschapssysteem onderworpen. Wel kan bij de statuten een voordrachts-, aanbevelings- of bezwaarrecht aan de werknemers(vertegenwoordigers) zijn toegekend.3 In de praktijk gaat men hiertoe zelden over. Voorts kan in een ‘Belgische’ SE of een uit een eerdere fusie ontstane vennootschap een medezeggenschapssysteem van toepassing zijn.