Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.7.2
3.7.2 Begrotingsbehandeling van Binnenlandse Zaken 1860/61
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977309:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
W. Verkade, Overzicht van de staatkundige denkbeelden van Johan Rudolph Thorbecke, (diss. RUL), Arnhem: VLS 1935.
Handelingen II 1860/61, nr. 322, p. 407; Blokker 2021, p. 194.
A.J. Vitringa, Tegenwoordige toestand en Plan tot hervorming van het Middelbare Onderwijs, Arnhem: Thieme 1860.
Aerts 2018, p. 173.
Boekholt & De Booy 1987, p. 189 (´Hoewel opgenomen in het leerplan van de hbs werden handelsrekenen, boekhouden en handelscorrespondentie stiefmoederlijk bedeeld´).
Handelingen II 1860/61, p. 407; Steyn Parvé 1865, p. 183 en Sleumer Tzn,1938, p. 41-42.
Duyverman 1936, p. 9; Elzinga 1930, p. 6 en Sleumer Tzn 1938, p. 41.
J.L. de Bruyn Kops, ´Het onderwijs in de staatshuishoudkunde´, De Economist 1857, p. 129 141.
J. Duyverman, ’Thorbecke doceert economie’, Maandschrift Economie 1968/69, p. 28 e.v.
Duyverman 1936, p. 15; vgl. J.R. Thorbecke, Verhandeling over den invloed der machines op het zamenstel der maatschappelijke en burgerlijke betrekkingen, Gent: Cantillon 1830. Verschenen in: Bijdragen voor vaderlandse geschiedenis en oudheidkunde (BVGO), 8e reeks, deel 1, 1940, p. 145-160.
Curs.W; De Bruyn Kops 1860, p. 103.
De tijd verstrijkt en intussen dringt het Kamerlid Thorbecke aan op middelbaar onderwijs als nuttig en industrieel onderwijs.1 Bij de begrotingsbehandeling van Binnenlandse Zaken in 1860 dringt hij verder aan op subsidiëring van een middelbare industrie- en handelsschool in Twente. Zo is er dan nog vóór de invoering van middelbaar onderwijs een algemeen aansprekend voorbeeld.2
Burgeradressen: regering richt middelbaar onderwijs in
In 1860 is een burgeradres gericht aan de regering met een klacht over het toelaten van door winst beogende particulieren gestichte middelbare scholen en over de initiatiefloze houding van de regering.3 Allerwegen is immers het nut van middelbaar onderwijs onderschreven. De invoering maakt de opname van staatsinrichting, staatshuishoudkunde en de statistiek, handelswetenschappen en handelsrecht mogelijk.4 Intussen nemen de burgeradressen toe met het dringend verzoek aan de regering een wetsvoorstel over middelbaar onderwijs in te dienen en nuttige vakken zoals boekhouden in te voeren.5 De veelgehoorde klacht over het uitblijven van middelbaar onderwijs wordt inmiddels in de samenleving breed gedragen en is niet langer alleen door het bedrijfsleven geuit. Onder druk komt er in 1862 een door Thorbecke verzochte subsidie voor de Twentse Industrie- en Handelsschool in Enschede, waarvan het curriculum nagenoeg overeenkwam met de vijfjarige hbs.6 ‘Thorbecke mocht zich een groot deel der natie achter zich vermoeden’, stelt Duyverman.7
Staatswetenschappen gloren/onderwijs in de pligten des Staatsburgers
Het pleidooi voor het onderwijs in de staathuishoudkunde vangt eerder aan en is intensiever dan dat voor het onderwijs in staatsinrichting.8 Dit verschil laat zich moeilijk verklaren. Is het de industriële revolutie als kind van haar tijd die dominant de aandacht opeist? Vermoedelijk is dat het geval, gezien het grote nut dat alom gehecht wordt aan de economische kennis die zich snel bewijst met de opkomst van het fabriekswezen, de koophandel en de nijverheid.9 Duyverman wijt het onderscheid in belangstelling aan de in de industriële samenleving bestaande economische interesse.10 Het staatsinrichtingsonderwijs is nog niet van de grond gekomen, ondanks de volhardendheid van onder meer De Bruyn Kops voor middelbaar onderwijs in ‘de kennis van de pligten des Staatsburgers’ oftewel Staatsinrigting van Nederland.11