Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.2.2.5:5.2.2.5 De start en inhoud van het nader gehoor
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.2.2.5
5.2.2.5 De start en inhoud van het nader gehoor
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180072:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan het begin van het nader gehoor introduceert de hoormedewerker net als bij het eerste gehoor alle deelnemers aan het gehoor en legt hij uit wat het doel van het nader gehoor is. Daarnaast vraagt de hoormedewerker hoe de asielzoeker zich voelt en of hij zich in staat voelt om op dat moment gehoord te worden. Ook wordt de asielzoeker medegedeeld dat zijn verklaringen vertrouwelijk zullen worden behandeld en dat hij zo volledig mogelijk antwoord moet geven op de vragen. De eerste vraag die de hoormedewerker in de meeste gehoren die ik heb bijgewoond stelde, was of de asielzoeker het rapport van het eerste gehoor met zijn advocaat had besproken en of hij verder nog correcties of aanvullingen heeft. De mogelijkheid tot het schriftelijk of mondeling inbrengen van correcties en aanvullingen is een belangrijke waarborg in de procedure. De kwaliteit van de correcties en aanbevelingen is volgens IND-medewerkers mede afhankelijk van de tijd en moeite die de asielzoeker en zijn advocaat nemen om het rapport door te spreken en van de kwaliteit van de advocaat en de tolk.
I: Ik zag gisteren bijvoorbeeld dat je naar de correcties en aanvullingen vroeg en dat [de asielzoeker] zei: ik weet niet meer precies wat de advocaat heeft gedaan en dat heb je toen voorgelezen. […]
R: Ik moet zeggen dat het voor het eerst was dat iemand zoiets zei van: “goh, wat heeft de advocaat dan gezegd?”. Dat verbaasde me eerlijk gezegd ook. Ik ga er ook altijd van uit dat het rapport is besproken met zijn advocaat, dus dat verbaasde me dan ook. […] Als er dingen zijn waarvan, betrokkene stelt dat het niet klopt wat de advocaat heeft gesteld dan rapporteer ik dat gewoon. That’s it, dat leest de advocaat ook weer in het rapport van het nader gehoor dus dan… Moet hij of zij er wat mee doen, dat is niet mijn taak.
I: Maar dat is een vraag die je wel altijd stelt, of er nog correcties en aanvullingen zijn?
R: Ja, dat is een standaardvraag. Ook of je vraagt of het rapport nog besproken is met een advocaat. Misschien dat een advocaat het niet volledig doorspreekt met cliënt. Dat kan misschien in het nadeel zijn van de asielzoeker en we stellen altijd de vraag of daarbuiten er nog correcties of aanvullingen zijn die de asielzoeker nog wil aanbrengen. Ja, naast wat de advocaat heeft ingediend. Dat is een standaard vraag.1
De hoormedewerkers zeggen kleine correcties en aanvullingen ter kennisgeving aan te nemen. Hoormedewerkers achten het met name de verantwoordelijkheid van de beslismedewerker om te beslissen hoe zij met die correcties en aanvullingen omgaan. Als er echter grote wijzigingen worden voorgesteld, of wijzigingen die cruciaal zijn voor de beoordeling van het asielrelaas, zal de hoormedewerker hieraan in de meeste gevallen ook tijdens het nader gehoor aandacht besteden:
I: Hoe ga je om met correcties en aanvullingen? Neem je die altijd over?
R: Soms zitten er spellingsdingen in of zo, daar doe ik niet moeilijk over. Maar als een mevrouw zegt ik ben in 2007 weggegaan en de gemachtigde schrijft dat het in 2010 was, dan zal ik wel in het nader gehoor zeggen: hoe zit het nou? Dan klopt ook het reisverhaal niet meer: hoe zit dat dan? Ja, dat neem je dan wel mee naar het nader gehoor. 2
Na eventuele aanvullende vragen over de correcties en aanvullingen kiest de medewerker er meestal voor om allereerst de vragen te stellen die hij nog had over het eerste gehoor. Bijvoorbeeld als deze hoormedewerker van mening is dat er niet voldoende informatie is verzameld om een uitspraak te kunnen doen over de identiteit en herkomst van de asielzoeker.