Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.3.2
2.3.2 ‘No taxation without representation’
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Fruin/Colenbrander 1980, p. 154-155.
Filips II regeerde vanuit Spanje. Margaretha van Parma heerste, tot de komst van Alva, als landvoogdes over Nederland.
Maar nog voordat Alva de Nederlanden bereikte was de rust al hersteld. Grapperhaus 1984, p. 81-83.
Ydema 1997, p. 195 en 196.
Fruin/Colenbrander 1980, p. 108.
Ydema 1997, p. 197 en 198.
Ydema 1997, p. 196 en 202. Alva had zich ook voorgenomen om een deel van de opbrengsten te gebruiken voor de uitbouw van het Spaanse wereldrijk.
Veenendaal 1994, p. 133.
Grapperhaus 1989, p. 200 en 202.
Artikel V Unie van Utrecht. Zie ook Fruin/Colenbrander, 1980, p. 171-172.
Fruin/Colenbrander 1980, p. 169.
Het algemene streven naar centralisatie en uniformering van Filips II, de zoon van Karel V en koning van Spanje en de Nederlanden, stuitte in alle Staten van de Nederlanden steeds meer op verzet. Dit zou immers betekenen dat de Staten een deel van hun verworven macht zouden verliezen. De bijeenkomsten van de Staten-Generaal verdwenen in de tweede helft van de zestiende eeuw omdat Filips II vreesde voor een opstand in de Staten-Generaal tegen zijn bewind. In toenemende mate kwamen de Nederlanden in verzet tegen Filips II, waarbij de geloofsvervolging een grote rol speelde.1 Na de beeldenstorm in 1566 werd hertog Alva door Filips II naar Nederland gestuurd,2 aanvankelijk om de oproer te onderdrukken.3 Filips II instrueerde Alva om meer belastingen te innen – het Rijk had dringend geld nodig – en kreeg de instructie mee daarbij geen rekening te houden met de lokale privileges.4 Onder leiding van hertog Alva werden de bijeenkomsten van de Staten-Generaal weer hervat.5
Alva deed verschillende pogingen tot het invoeren van algemene en permanente belastingen, waarvan de tiende penning de meeste weerstand opriep. De tiende penning, een heffing van 10%, zou worden geheven als permanente belasting op de verkoop van roerende goederen (een omzetbelasting).6 Deze invoering van algemene belastingen konden de Staten echter niet accepteren. Ze zouden er iedere controle over het landsbestuur mee verliezen en zagen bovendien in dat de opbrengsten niet allemaal besteed zouden worden in het belang van de belastingbetaler.7
De vasthoudende tegenstand in Nederland tegen het absolutistische en centralistische fiscale optreden van Alva wees er volgens Veenendaal op dat in Nederland de gedachte overheerste dat de onderdanen alleen konden worden belast als zij daartoe hadden ingestemd.8 Volgens Grapperhaus ging deze strijd dan ook eigenlijk over de verdeling van de zeggenschap tussen de vertegenwoordigers van de gewesten en de vorst.9
In 1579 sloten de gewesten van Noord-Nederland een verdedigingsverdrag – de Unie van Utrecht – welke later zou gelden als de Grondwet van de Republiek. In de Unie werd een bepaling opgenomen voor het invoeren van algemene belastingen,10 maar deze werden uiteindelijk niet doorgevoerd. De invoering van algemene belastingen bleef achterwege tot 1805. In 1581 werd Filips II afgezworen.11