Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.6.2.3:17.6.2.3 HR 16 november 2012, nr. 12/00967; bevestiging Saunders-criterium na Chambaz
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.6.2.3
17.6.2.3 HR 16 november 2012, nr. 12/00967; bevestiging Saunders-criterium na Chambaz
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS499602:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Daarbij verwijst Albert naar NTFR 2012/1225 (met comm. Hendriks), FED 2012/77 (met aant. Thomas), AB 2012/323 (met nt. Barkhuysen en Van Emmerik).
Albert, noot onder HR 16 november 2012, BNB 2013/29, pt. 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het arrest van de belastingkamer van de HR van 16 november 2012, nr. 12/009671, is gewezen na de zaak Chambaz en betreft evenals het arrest van 21 maart 2008 een KBLux zaak. In r.o. 4.8.3 van dit arrest verwerpt de belastingkamer het argument van zelfbelasting, omdat geen sprake is van (bewijs)materiaal dat zijn bestaan dankt aan de wil van de beschuldigde. Daarbij verwijst de raad naar r.o. 3.3.2 van de uitspraak van 21 maart 2008. In zijn noot onder de uitspraak wijst Albert erop dat in de literatuur is gespeculeerd over de vraag of de HR op genoemde r.o. zou moeten terugkomen, omdat deze in strijd zou zijn met het arrest van het EHRM in de zaak Chambaz.2 Als de raad daarin aanleiding had gezien om zijn uitspraak van 21 maart 2008 bij te stellen (of als hij bijstelling open had willen laten), had het voor de hand gelegen dat hij r.o. 4.8.3 – een overweging ten overvloede – achterwege had gelaten.3