Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.5.5
9.5.5.5 De ontwikkelingen na Daubert
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578713:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
General Electric Co. v. Joiner, 522 U.S. 136, 118 S.Ct. 512 (1997). In General Electric Co. v. Joiner stelde Joiner dat de longkanker waaraan hij leed deels veroorzaakt was doordat hij in zijn baan dagelijks was blootgesteld aan PCB's in transformatoren die onder meer door General Electric waren geproduceerd.
United States v. Scheffer, 523 U.S. 303 (1998). In United States v. Scheffer ging het om de vraag of het resultaat van een door de verdachte afgelegde polygraaftoets toelaatbaar was als bewijs. De betrouwbaarheid van de polygraaf was volgens het oordeel van het U.S. Supreme Court zodanig omstreden dat het bewijs terecht ontoelaatbaar was verklaard.
Zie bijvoorbeeld Badal, Slizewski & Kinrich 2001, p. 3. De appelinstanties hebben volgens het onderzoek van Badal, Slizewski & Kinrich veel ruimte gegeven aan de lagere instanties om verklaringen van getuigen-deskundigen af te wijzen.
Zie ook Badal, Slizewski & Kinrich 2001, p. 2.
Zie ook Hechler 2002, p. A20.
Zie de opinie van Justice Stephen Breyer (8 tegen 1 meerderheid).
In General Electric Co. v. Joiner en United States v. Scheffer wordt de Daubert-lijn door het U.S. Supreme Court bevestigd.1 In General Electric Co. v. Joiner wordt de poortwachter functie van rule 702 nader gepreciseerd. Chie fjustice Rehnquist stelde dat de methode die door de deskundige wordt gebruikt niet los kan worden gezien van de conclusie die daarmee kan worden bereikt. In geval een te grote afstand ontstaat tussen de data en de conclusie wordt de expertise onbetrouwbaar en als gevolg daarvan ontoelaatbaar. Niet slechts de ondeugdelijkheid van de onderzoeksmethode maar ook de ondeugdelijkheid van conclusies kan tot ontoelaatbaarheid leiden. In United States v. Scheffer wordt de Daubert-lijn doorgezet en wordt het belang van de rechter als poortwachter bij de beoordeling van de deugdelijkheid en daarmee de toelaatbaarheid van wetenschappelijk bewijs bevestigd.2
De zaak Kumho Tire Co., Ltd. V. Carmichael is voor de inzet van economische expertise in mededingingszaken het meest van belang. Deze zaak heeft een stimulerend effect gehad op het aantal maal dat in mededingingszaken een beroep is gedaan op Daubert. Daubert werd voor de Kumho-uitspraak weliswaar toegepast op de verklaringen van in de economische wetenschap gespecialiseerde getuigen-deskundigen, maar de verklaring van een getuige-deskundige werd bijna nooit uitgesloten. Na de Kumho-uitspraak lijkt hierin verandering te zijn gekomen.3
Het U.S. Supreme Court bevestigde in Kumho de Daubert-uitspraak en voegde daar nog aan toe dat de gezichtspunten die in Daubert zijn geformuleerd niet alleen van toepassing zijn op verklaringen van deskundigen die gebaseerd zijn op wetenschappelijke kennis of techniek, maar van toepassing zijn op alle verklaringen van deskundigen (expert-testimony) die gebaseerd zijn op technische of andere gespecialiseerde kennis.4 De rol van de rechter als poortwachter (gatekeeper) werd in Kumho nog eens benadrukt. Tevens werd de 'abuse of discretion standard' voor hoger beroep (die reeds eerder in General Elektric Co. v. Joiner was gegeven) versterkt.5 De rechter die de verklaring van een deskundige uitsluit zal alleen worden teruggefloten in hoger beroep als hij duidelijk misbruik maakt van zijn bevoegdheden. Voorts werd door het U.S. Supreme Court nog eens benadrukt dat het uiteindelijk de rechter is die moet beslissen of de expertise van de deskundige voldoende is om de jury te assisteren de specifieke vragen in een zaak te beantwoorden.6