De ex-werknemer
Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/4.3.11:4.3.11 Tussenconclusie
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/4.3.11
4.3.11 Tussenconclusie
Documentgegevens:
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687160:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen eindigt, wordt de rechtsverhouding tussen partijen met gewijzigde hoedanigheid van partijen voortgezet in de pensioenovereenkomst. Helemaal uniek is dat niet in het postcontractuele arbeidsrecht, dit kan ook voorkomen bij (bijvoorbeeld) de huurovereenkomst. Ik betoogde dat een arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer in ruil voor loon, inclusief een pensioen, arbeid verricht voor de werkgever, een gemengde overeenkomst is die zowel het karakter van een arbeidsovereenkomst als dat van een pensioenovereenkomst draagt. Na het einde van de arbeidsovereenkomst loopt de pensioenovereenkomst dan door.
Onduidelijk is wanneer de pensioenovereenkomst eindigt als dat niet samen met de arbeidsovereenkomst is; in ieder geval zal dat zo zijn wanneer er geen verbintenissen meer uit voortvloeien, zoals na overlijden (van de ex-werknemer of zijn partner), waardeoverdracht en afkoop. Duidelijk is dat de pensioenovereenkomst ook na het einde van de arbeidsrelatie nog een zelfstandig bestaansrecht heeft en de ontkoppeling van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. De pensioenovereenkomst blijft extern ondergebracht om te voorkomen dat pensioen kan worden aangetast doordat de ex-werkgever ophoudt te bestaan. Waardeoverdracht en de mogelijk daarbij horende bijbetalingslasten kunnen zich voordoen jaren nadat een werknemer is vertrokken bij zijn werkgever. Verder kan het dat de deelname vrijwillig wordt voortgezet, of dat de opgebouwde rechten en aanspraken worden verhoogd (toeslagen) of verlaagd (kortingen). Het feit dat de ex-werknemer zijn status als werknemer verliest komt wel een grote betekenis toe. Enerzijds kunnen sommige verbintenissen, zoals het recht op pensioenopbouw en betaling door de werkgever van de daarbij horende premies, ophouden te bestaan. Anderzijds kunnen er ten aanzien van de verbintenissen die blijven bestaan belangrijke verschillen ontstaan tussen ex-werknemers en werknemers, zoals een toeslagambitie die voor gewezen deelnemers minder gunstig is dan voor deelnemers, of een gedifferentieerde korting waarbij ex-werknemers meer of minder worden geraakt dan de werknemers. Aangezien de positie van ex-werknemer verschilt met die van werknemers, zijn deze gevolgen te verklaren.