De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/1.3.3.1:1.3.3.1 De executie
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/1.3.3.1
1.3.3.1 De executie
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS378217:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit is in de meeste systemen tevens het moment waarop de beslissing kracht van gewijsde verkrijgt.
HR 27 april 1979, NJ 1980, 169 (WHH). Met de term 'executoriale kracht' wordt bedoeld de bevoegdheid die aan een partij uit de procedure dan wel aan de rechtsopvolgers van die partij wordt toegekend om - eventueel door tussenkomst van een derde, in Nederland de deurwaarder - het in de rechterlijke beslissing toegekende uit te voeren (Hugenholtz/Heemskerk (2002), nr. 121).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing is het nodig dat men in bezit is van een executoriale titel. Deze titel dient echter te worden onderscheiden van de maatregelen van executie. Een beslissing van de rechter levert naar Nederlands recht een executoriale titel op, dat wil zeggen dat de beslissing ten uitvoer kan worden gelegd. Op het moment dat de tenuitvoerlegging van de beslissing haar aanvang neemt, gaat men gebruikmaken van executiemaatregelen. Deze worden dus eerst in de fase van de feitelijke executie - bij de daadwerkelijke effectuering van het vonnis - aangewend.
Een rechterlijke beslissing kan op verschillende momenten voor executie vatbaar worden. In het algemeen kan onderscheid worden gemaakt tussen twee momenten: het moment van het uitspreken van een rechterlijke beslissing en het moment van het verlopen van een termijn voor het instellen van een rechtsmiddel.1
Naar Nederlands recht treedt de executoriale kracht van een rechterlijke beslissing van rechtswege in, dat wil zeggen op het moment van het wijzen van de beslissing.2 Het feit dat de beslissing nog niet in kracht van gewijsde is gegaan heeft hierop geen invloed. De beslissing is ingevolge art. 430 lid 3 Rv reeds na de betekening aan de in het ongelijk gestelde partij voor tenuitvoerlegging vatbaar. Deze bepaling heeft tot doel de verliezende partij op de hoogte te brengen van de tegen haar gewezen rechterlijke beslissing. Door de niet-betekening wordt aan de beslissing echter niet haar executoriale kracht ontnomen.
De vatbaarheid voor executie kan bij een beslissing worden doorkruist door het instellen van een rechtsmiddel. De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de winnende partij wordt dan opgeschort. De beslissing behoudt wel haar executoriale kracht; deze komt eerst door een vernietiging van de beslissing te vervallen. In bepaalde gevallen kan het van groot belang zijn dat de winnende partij de beslissing metterdaad ten uitvoer kan leggen, ook al is de beslissing nog niet vatbaar voor executie, bijvoorbeeld in verband met het feit dat daartegen nog een rechtsmiddel is ingesteld. In dat geval staat aan de eisende partij vaak de mogelijkheid open om de rechter te verzoeken zijn beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Wanneer de rechter een beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaart, wordt daardoor aan het rechtsmiddel de schorsende werking ontnomen.