Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/5.3.3.4.b:5.3.3.4.b Voorwaardelijke vrijstelling liquidatiewaarde en waarde going concern
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/5.3.3.4.b
5.3.3.4.b Voorwaardelijke vrijstelling liquidatiewaarde en waarde going concern
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS344248:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de liquidatiewaarde van een onderneming hoger is dan de waarde going concern moet de waarde in het economische verkeer worden gesteld op de liquidatiewaarde (art. 21, twaalfde lid, SW 1956). Indien wordt voldaan aan het in art. 35e SW 1956 opgenomen voortzettingsvereiste, wordt de aan het verschil tussen de liquidatiewaarde en de lagere waarde going concern toegerekende verkrijging vrijgesteld. Zoals ook in paragraaf 5.3.3.3.b aan de orde is geweest heeft het stellen van een voortzettingsvereiste tot gevolg dat de hogere liquidatiewaarde binnen deze periode niet kan worden gerealiseerd. Derhalve acht ik het juist, onder de voorwaarde van een voortzettingsvereiste, uit te gaan van de lagere waarde going concern.
Derhalve is de conclusie dat op dit punt geen sprake is van een overduidelijke onevenredig ongelijke behandeling ten opzichte van verkrijgers van nietondernemingsvermogen.