Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.2.6
3.2.6 Het ontbreken van het fiduciaverbod in het Curaçaose recht
1
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717303:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het fiduciaverbod is neergelegd in artikel 3:84 lid 3 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek en heeft betrekking op de twee titels die bij eigendomsoverdracht door de wet ongeldig zijn verklaard. De eerste titel die door de wet als ongeldig wordt aangemerkt, is de eigendomsoverdracht ten titel van verhaal (fiducia cum creditore). De tweede titel die als ongeldig wordt beschouwd heeft betrekking op de eigendomsoverdracht ten titel van beheer (fiducia cum amico). Zie voor een uiteenzetting van het fiduciaverbod o.a.: Jac. Hijma & M.M. Olthof, Compendium van het Nederlands vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2020, par. 113 en 113a; H.W. Heyman, S.E. Bartels & V. Tweehuysen, Vastgoedtransacties, Bju 2019, p. 117-122; W.H.M. Reehuis e.a., Pitlo. Het Nederlands burgerlijk recht. Deel 3. Goederenrecht, Deventer: Kluwer 2019, p. 94-102; S.E. Bartels & A.I.M. van Mierlo (m.m.v. H.D. Ploeger), Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 3. Vermogensrecht algemeen. Deel IV. Algemeen goederenrecht, Deventer: Kluwer 2013, par. 276 t/m 278; M.H.E. Rongen, Cessie (Onderneming en recht nr. 70), Deventer: Kluwer 2012, hoofdstuk VII; W.H.M. Reehuis, Overdracht (Monografieën BW nr. B6a.), Deventer: Kluwer 2010, hoofdstuk 8.
M.F. Murray, De Parlementaire Geschiedenis van het Curaçaose Burgerlijk Wetboek: Tekst en toelichting op het Burgerlijk Wetboek, Den Haag: Bju 2016, p. 742-745; J. De Boer, Het nieuw BW overzee, Deventer: Kluwer 2019, par. 4.68. Zie ook: F.B.M. Kunneman, ‘De rechtspositie van de fiduciair gerechtigde naar nieuw Nederlands-Antilliaans burgerlijk recht’, WPNR 1999/6356, p. 350-357; J.F.M. Janssen, ‘Revival van de zekerheidsoverdracht?’, WPNR 2005/6610, p. 133-143.
Bij de introductie van het nieuw Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen (BWNA) heeft de toenmalige wetgever, in tegenstelling tot het Nederlandse recht, een economische benadering gekozen inzake het fiduciaverbod. De Curaçaose (lees: Nederlands-Antilliaanse) wetgever heeft destijds geopteerd om de invoering van dit verbod achterwege te laten, teneinde een negatieve impact op de Curaçaose positie in het internationale financieringsverkeer te voorkomen en meer financieringswijzen mogelijk te maken.2 Het gevolg hiervan is dat het fiduciaverbod geen beletsel vormt voor de werking van de Curaçaose trust. In het Curaçaose goederenrecht bestaat de fiduciaire eigendomsoverdracht aldus voort naast het wettelijk stil pandrecht.