Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.3.1:6.3.1 Bevoegdheid; artikel 112 lid 2 Gw
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.3.1
6.3.1 Bevoegdheid; artikel 112 lid 2 Gw
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233637:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is reeds opgemerkt dat de wetgever in de vorige eeuw een uitgebreid stelsel van bestuursrechtelijke rechtsbescherming heeft ontwikkeld. Dit stelsel maakt het mogelijk om besluiten van bestuursorganen bij de bestuursrechter aan te vechten. De grondslag hiervoor is gelegen in artikel 112 lid 2 Gw:
‘De wet kan de berechting van geschillen die niet uit burgerlijke rechtsbetrekkingen zijn ontstaan, opdragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. De wet regelt de wijze van behandeling en de gevolgen van de beslissingen.’
Concreet is voor de bevoegdheid van de bestuursrechter bepalend of sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 lid 1 Awb, oftewel een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan die op rechtsgevolg is gericht. Binnen de categorie besluiten kan vervolgens een onderscheid worden gemaakt tussen beschikkingen, gericht tot één of enkele personen, en besluiten van algemene strekking, gericht tot een onbepaalde groep. Tot deze laatste categorie besluiten behoren algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels en overige besluiten van algemene strekking.1
Het onderscheid tussen verschillende soorten besluiten is relevant voor de mogelijkheid om daadwerkelijk bij de bestuursrechter op te komen. Algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels kwalificeren weliswaar als besluit, maar zijn uitdrukkelijk van beroep bij de bestuursrechter uitgezonderd.2 Tegen die besluiten, en tegen beslissingen en handelingen die niet als een besluit kwalificeren of daarmee gelijk kunnen worden gesteld, kan bij de burgerlijke rechter worden opgekomen. De eerder besproken objectum litis-leer maakt dit mogelijk. De bevoegdheid van de bestuursrechter is in zoverre begrensd.