Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/2.2.2
2.2.2 De Tweede Wereldoorlog
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285335:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
O.a.: art. 28 Besluit WB 1940, art. 14 Besluit DB 1941 en de schakelbepaling van art. 24 Besluit DP 1941.
W.H. van den Berge, Belastingrecht in bezet gebied, Weekblad der Belastingen 1940/3551-3553, blz. 334.
Essers 2012. Vergelijk: L.J.A. Pieterse, Boekbeschouwingen (bespreking van P.H.J. Essers, Belast verleden. Het Nederlandse belastingrecht onder nationaalsocialistisch regime, Deventer: Kluwer 2012), RM Themis 2013-3.
Essers 2012, blz. 225-230 en blz. 503-504. Vergelijk: Alphen 2011, blz. 40. Zij stelt dat: “De Duitsers hebben zich echter niets van deze geheimhoudingsplicht aangetrokken”.
L.J.A. Pieterse, Boekbeschouwingen (bespreking van P.H.J. Essers, Belast verleden. Het Nederlandse belastingrecht onder nationaalsocialistisch regime, Deventer: Kluwer 2012), RM Themis 2013-3, blz. 143.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn door de Duitse bezetter diverse fiscale regelingen ingevoerd waarbij geheimhouding ‘op papier’ was geregeld.1 Tijdens de oorlog heeft Van den Berge al betoogd dat de Duitse bezetter de fiscale geheimhoudingsplicht diende te eerbiedigen, ook wanneer Duitse organen om inlichtingen verzochten.2 Essers heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar het Nederlandse belastingrecht gedurende de Duitse bezetting.3 De centrale vraag in zijn studie was in welke mate de verschillende actoren die verantwoordelijk waren voor het Nederlandse belastingrecht gedurende die periode weerstand hebben geboden aan de Duitse bezetter. In zijn onderzoek gaat hij in op de ‘volledige capitulatie op het terrein van de fiscale geheimhoudingsplicht’. Hij trekt de harde conclusie dat de Belastingdienst de fiscale geheimhoudingsplicht te gemakkelijk heeft prijsgegeven ten behoeve van de Duitse belangen en dat schendingen van de geheimhoudingsplicht zonder wezenlijk verzet zijn geaccepteerd.4 De fiscale geheimhoudingsplicht (op papier) was gedurende de Tweede Wereldoorlog niet in overeenstemming met de harde realiteit. Het wordt dan ook terecht omschreven als een ongemakkelijke episode in de Nederlandse (fiscale) geschiedenis.5