Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/5.4.4
5.4.4 Stemming over het akkoord
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197720:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
§237-238a InsO. Zie par. 5.4.9.1 over wanneer aandeelhouders betrokken zijn bij een akkoordprocedure.
§244 lid 1 InsO.
§244 lid 3 InsO. Zie ook Deutscher Bundestag Drucksache 17/5712, p. 34.
MüKoInsO/Hintzen 2014, InsO § 244 Rn. 4.
§238a lid 1 InsO. Het uitgangspunt is dat iedere euro van een aandeel een stem betreft (§47 lid 2 GmbHG), maar in de statuten mag hiervan worden afgeweken.
§225a InsO jo. §238a InsO. Zie o.a. K. Schmidt InsO/Spliedt 2016, InsO § 225a Rn. 15, Nerlich/Römermann/Rühle/Ober 2018, InsO § 225a Rn. 16-18 en Uhlenbruck/Hirte 2019, InsO § 225a Rn. 6-7.
Par. 4.3.4.
Zie par. 6.5.4.
§246 sub 2 InsO en §246a InsO.
Deutscher Bundestag Drucksache 17/5712, p. 34.
Art. 9 lid 6 Richtlijn.
Zie over stemmeerderheden Tollenaar 2016, par. 8.8.2. Met Tollenaar ben ik het eens dat welke stemmeerderheid geldt grotendeels arbitrair is.
De leden van de stemklassen hebben stemrecht wanneer het Insolvenzplan wijzigingen aanbrengt in hun vorderingen of rechten.1 Het Insolvenzplan is aangenomen door een stemklasse van schuldeisers indien de meerderheid van de aanwezige en stemmende schuldeisers heeft voorgestemd én deze meerderheid meer dan de helft van de waarde van de vorderingen van de aanwezige en stemmende schuldeisers vertegenwoordigt.2 Voor stemklassen van aandeelhouders geldt enkel het tweede vereiste; een meerderheid van de nominale waarde van de aandelen van de aanwezige en stemmende aandeelhouders.3 Waarom een headcount voor aandeelhouders ontbreekt, is niet duidelijk.4 Het stemrecht van een aandeelhouder bij het akkoord wordt bepaald door zijn nominale aandelenbelang in het geplaatst kapitaal. Buiten beschouwing blijven (statutaire of contractuele) stemrechtbeperkingen of meervoudig stemrecht.5 De juridische positie doet met andere woorden niet ter zake bij de stemming over het akkoord. Zo mogen bijvoorbeeld aandeelhouders zonder stemrecht ook over het akkoord stemmen. Het gaat, evenals onder de WHOA, puur om het economische belang dat de aandeelhouders in de vennootschap hebben. Het is overigens de juridisch gerechtigde – niet de economisch gerechtigde – tot een aandeel die stemt over het Insolvenzplan.6 Dit is eveneens het geval in Engeland.7 Bij de WHOA kan onder omstandigheden de economisch gerechtigde in plaats van de juridisch gerechtigde stemmen.8
Uit praktisch oogpunt is in de Insolvenzordnung opgenomen dat wanneer geen enkele aandeelhouder of achtergestelde schuldeiser in een stemklasse heeft gestemd over het Insolvenzplan, het akkoord binnen de stemklasse voor aangenomen wordt gehouden.9Out of the money aandeelhouders die geen aandelen mogen behouden onder het akkoord, kunnen bijvoorbeeld weinig interesse hebben om te gaan stemmen.10 Anderzijds kan het juist een argument zijn om tegen het akkoord te stemmen.
De gewone stemmeerderheid uit de Duitse akkoordprocedure is de minimum stemmeerderheid die de Richtlijn voorschrijft.11 Ook bij een preventieve herstructurering buiten de akkoordprocedure om, hanteert het Bundesgerichtshof een gewone meerderheid. In het in paragraaf 5.2 besproken arrest Girmes oordeelde het Bundesgerichtshof dat minderheidsaandeelhouders een door de meerderheid nagestreefde noodzakelijke herstructurering op grond van de Treuepflicht niet mogen tegenhouden.12 Bij de Engelse scheme en de Nederlandse WHOA ligt de stemmeerderheid hoger, respectievelijk bij driekwart en tweederde meerderheid.13