Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/428
Openlijke geweldpleging bij avondklokrellen (coronarellen) in Eindhoven in 2021, art. 141 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kon hof redengevend voor bewijs achten dat verdachte aanwezig was op locatie waar noodbevel en gebiedsverbod gold op grond waarvan centrum van stad direct diende te worden verlaten, terwijl uit bewijsmiddelen niet zou blijken dat verdachte zich ervan bewust was dat ter plekke een noodbevel en gebiedsverbod gold? HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Uit b.m. blijkt dat verdachte vanaf 14:00 uur tot 16:33 uur op pleinen in centrum is geweest, alwaar matrixbord stond, terwijl ter plaatse vanaf 14:00 uur door Mobiele Eenheid met waterwerpers en traangas is geprobeerd mensen van deze pleinen weg te drijven. Voorts volgt uit de door verdachte gemaakte filmpjes en hetgeen verdachte daarover in e.a. en in hoger beroep heeft verklaard, dat verdachte wist dat traangas werd ingezet. Gelet hierop volgt uit ’s hofs bewijsvoering evident dat verdachte zich bewust moet zijn geweest van feit dat hij zich niet ter plaatse mocht ophouden en die plek diende te verlaten. Dat hof de verdachte heeft tegengeworpen dat hij zich desondanks niet heeft onttrokken aan die omgeving (en aan geweldplegingen) is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
HR 02-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:512
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 april 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/00835
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:512, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:157, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑02‑2024
Essentie
Openlijke geweldpleging bij avondklokrellen (coronarellen) in Eindhoven in 2021, art. 141 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kon hof redengevend voor bewijs achten dat verdachte aanwezig was op locatie waar noodbevel en gebiedsverbod gold op grond waarvan centrum van stad direct diende te worden verlaten, terwijl uit bewijsmiddelen niet zou blijken dat verdachte zich ervan bewust was dat ter plekke een noodbevel en gebiedsverbod gold? HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Uit b.m. blijkt dat verdachte vanaf 14:00 uur tot 16:33 uur op pleinen in centrum is geweest, alwaar matrixbord stond, terwijl ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.