Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.7.8:11.7.8 Postzendingen
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.7.8
11.7.8 Postzendingen
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258701:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
D.G. van Vliet, Douanerecht (2de druk), Deventer: Kluwer 2019, p. 240-241.
HvJ EU 15 oktober 2014, nr. C-65/13 (Europees Parlement/Europese Commissie), ECLI:EU:C:2014:2289, r.o. 45.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In artikel 139 UDWU wordt ingegaan op de behandeling van kosten op postzendingen. In voornoemd artikel wordt bepaald dat portokosten tot de plaats van bestemming op met de post verzonden goederen in de douanewaarde begrepen dienen te worden, met uitzondering van de bijkomende postale kosten, die eventueel in het douanegebied van de Europese Unie worden geheven. Het is opmerkelijk dat voor postzendingen in de UDWU een andere benadering is gekozen dan in artikel 71, lid 1, onderdeel e, DWU, waarin voor het in aanmerking nemen van kosten van vervoer wordt aangesloten bij de plaats van binnenkomst van de goederen. Een verklaring voor de afwijking kan gelegen zijn in het feit dat artikel 139 UDWU een procedureregel is die ziet op de uitvoering van artikel 70, lid 1, DWU (‘Op de transactiewaarde gebaseerde methode voor de vaststelling van de douanewaarde’) en de Europese Commissie zich om die reden heeft gepermitteerd om via artikel 76 DWU van het DWU afwijkende procedureregels vast te stellen. Zoals Van Vliet betoogt, is het de vraag of de Europese Commissie hiermee haar uitvoeringsbevoegdheden heeft overschreden.1 Ik meen dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. De Europese Commissie is namelijk bij de uitoefening van zijn uitvoeringsbevoegdheid niet gerechtigd om de wetgevingshandeling (i.c. het DWU) te wijzigen of aan te vullen, zelfs niet indien het de niet-essentiële onderdelen ervan betreft.2 In dat kader moet worden getoetst of artikel 139 UDWU enerzijds de door de artikelen 70, leden 1 en 2, 71 en 72 DWU nagestreefde algemene hoofddoelen eerbiedigt en artikel 139 UDWU anderzijds noodzakelijk of nuttig is voor de uitvoering van de artikelen 70, leden 1 en 2, 71 en 72 DWU, zonder dat zij deze aanvult of wijzigt. Het hoofddoel in dit concrete geval van de artikelen 70, leden 1 en 2, 71 en 72 DWU is kortgezegd het in de heffing betrekken van kosten van vervoer tot de plaats van binnenkomst en de kosten die zien op het vervoer binnen de Europese Unie daarvan uit te sluiten. Artikel 139 UDWU heeft als consequentie dat een deel van de kosten van vervoer binnen de Europese Unie in de heffing worden betrokken en wijzigt daarmee de bepalingen in het DWU. De uitzondering die artikel 139 UDWU daarnaast presenteert is ook niet noodzakelijk of nuttig, omdat reeds in splitsingsregels voor kosten van vervoer is voorzien in artikel 138 UDWU. Indien daarnaar gevraagd, zal het Hof van Justitie mijns inziens artikel 139 UDWU ongeldig moeten verklaren.