Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.2.3:4.3.2.3 Verhouding tot het Unierecht
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.2.3
4.3.2.3 Verhouding tot het Unierecht
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS496619:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor heb ik betoogd dat een redelijke wetstoepassing meebrengt dat soepel moet worden omgesprongen met de vraag naar het ontstaansmoment van het recht op teruggaaf. Het door de Hoge Raad onderkende dynamische ontstaansmoment is naar mijn idee volledig in overeenstemming met het Unierecht. In paragraaf 3.3.6.1 heb ik namelijk beargumenteerd dat een vordering niet definitief oninbaar hoeft te zijn, wil art. 90 lid 1 Btw-richtlijn toepassing vinden. Een verlaging van de maatstaf van heffing is al aan de orde wanneer een vordering met een redelijke waarschijnlijkheid niet zal worden betaald. Hiervan is sprake als de belastingplichtige kan aantonen dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.