Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.6.2.6.1:17.6.2.6.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.6.2.6.1
17.6.2.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS493608:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 24 april 2015, RvdW 2015/606.
HR 24 januari 2014, NJ 2014/70.
Vgl. § 17.3.1.2.1 hiervoor met betrekking tot het begrip ‘inlichtingen’ in art. 47, lid 1, onder a AWR in relatie tot het (rechtstreeks op art. 6 EVRM steunende) boeterechtelijk zwijgrecht in art. 5:10a Awb.
Zie onder meer § 7.1 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het arrest van 24 april 2015, nr. 14/02414, betreffende een vordering van de Belastingdienst tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen door een (vermeende) rekeninghouder bij de KBLux1, herhaalt de civiele kamer van de HR haar overweging uit het arrest van 12 juli 2013, nr. 12/01880, dat als de inspecteur of het OM wilsafhankelijk materiaal in weerwil van de door de voorzieningenrechter gegeven restrictie toch voor punitieve doeleinden gebruikt, de belastingrechter of de strafrechter dient te bepalen welk gevolg aan dat gebruik moet worden verbonden. Ten opzichte van eerdere arresten is een nieuw element dat de civiele kamer ingaat op de door A-G Wattel bij het onderhavige arrest opgeworpen vraag, welke rechter dient te bepalen welk van de betrokkene gevorderd bewijs als wilsafhankelijk kan worden gekwalificeerd en (dus) onder de zojuist genoemde restrictie valt (zie § 17.6.2.6.2). Een tweede nieuw element is dat de civiele kamer van de HR ten opzichte van het arrest van 12 juli 2013, nr. 12/01880, uitdrukkelijk(er) inzicht verschaft in het onderscheid tussen wilsafhankelijk en wilsonafhankelijk materiaal (§ 17.6.2.6.3).
‘Materiaal’-begrip; gegevens, inlichtingen en bescheiden
Ik merk nu al op dat uit het onderhavige arrest (en mogelijk al eerder uit het arrest van de civiele kamer van 12 juli 2013, nr. 12/01880), duidelijk lijkt te volgen dat de HR met het begrip wilsafhankelijk materiaal niet alleen het oog heeft op documenten en andere bescheiden, maar ook op gegevens en inlichtingen in de zin van art. 47 AWR. Zie buiten belastingzaken het arrest van de civiele kamer van de HR van 24 januari 2014, nr. 13/02780, betreffende de inbewaringstelling van een gefailleerde die weigert inlichtingen te verschaffen aan de curator.2 Daarin overweegt de raad dat de inlichtingen die de gefailleerde op grond van art. 105 Fw aan de curator moet verstrekken ten behoeve van de afwikkeling van het faillissement, wilsafhankelijk materiaal zijn in de zin van zijn arrest van 12 juli 2013, nr. 13/02780.
Omdat inlichtingen, zijnde verklaringen voor de toepassing van het EVRM-zwijgrecht3, geen materiaal (in de zin van: fysiek, stoffelijk van aard) zijn, zou ik er de voorkeur aan geven om, zoals ik in deze studie doe, gegevens en inlichtingen (verklaringen) en wilsafhankelijk(e) bescheiden (fysiek materiaal) samen aan te duiden als wilsafhankelijk bewijs. Temeer omdat het EHRM een onderscheid maakt tussen verklaringen (‘statements’) en fysiek bewijs (‘real evidence’).4