Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/9.2.2.4
9.2.2.4 Rangregeling
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186940:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor hypotheken art. 3:270 lid 3 BW. Bij een pandrecht is de executerende pandhouder zelf de bewaarder van de executie-opbrengst, zie art. 3:253 BW en Rb. Oost-Brabant (r-c) 22 augustus 2016, JOR 2017/15 (Van Woensel q.q./ABN AMRO). Die opbrengst behoort niet tot het vermogen van de schuldenaar wiens goed is geëxecuteerd, zie HR 29 april 2011, NJ 2011/372, JOR 2011/208 (Ontvanger/Eijking q.q.), r.o. 3.4.1.
Art. 480 lid 2 Rv.
Art. 57 lid 4 Fw. De rangregeling is geregeld in artt. 480-490d en 551-553 Rv. Zie daarover ook par. 5.5.4.5.
Zie Kortmann & Faber 2001, p. 145 e.v. en de noot van Struycken & Krzemiński onder Rb. Oost-Brabant (r-c) 22 augustus 2016, JOR 2017/15 (Van Woensel q.q./ABN AMRO). Zie over die uitgangspunten par. 7.4.2.1. Zie ook Haak 2012, p. 531.
Zie par. 6.6.
Zie par. 6.6, i.h.b. par. 6.6.3. Zie ook par. 9.2.2.6.
Zie par. 9.2.2.6.
Zie Polak/Polak 1972, p. 1.
Art. 57 lid 4 Fw.
Art. 57 lid 3 Fw.
Zie art. 57 lid 3 eerste zin Fw en MvT, Kortmann & Faber 1995, p. 166, ook opgenomen in Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Wijziging Rv, Wet RO en Fw, p. 403.
HR 26 juni 1998, NJ 1998/745 (Aerts q.q./ABN AMRO), r.o. 4.1.4 doet hier niet aan af.
Art. 57 lid 3 Fw.
Zie MvT, Kortmann & Faber 1995, p. 166, ook opgenomen in Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Wijziging Rv, Wet RO en Fw, p. 403.
606. Na executie door de zekerheidsgerechtigde wordt de executie-opbrengst gestort bij een bewaarder.1 Als alle partijen die zich op de executie-opbrengst kunnen verhalen het eens worden over de verdeling daarvan volgt verdeling conform die overeenstemming.2 Worden die partijen het niet eens dan volgt een rangregeling conform het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.3 Daarbij gelden dezelfde uitgangspunten van rangorde en de effecten van rangverschillen die bij iedere verdeling van een executie-opbrengst gelden.4
Het kan zijn dat na de rangregeling de verdeling van de executie-opbrengst nog niet is voltooid omdat sommige ontvangers van de executie-opbrengst verplicht zijn om hun deel af te staan aan een andere schuldeiser.5 Deze onderlinge verbintenissen spelen geen rol in de rangregeling, maar kunnen leiden tot een tweede circuit van verdeling, volgend op de rangregeling.6
607. Niet alle schuldeisers van de schuldenaar kunnen opkomen in de rangregeling. De rangregeling staat alleen open voor partijen met een verhaalsrecht op de geëxecuteerde goederen die voor de executie beslag hebben gelegd op de goederen en partijen wier beperkt recht op die goederen door de executie teniet is gegaan.7 Alleen de partijen die daadwerkelijk opkomen in de rangregeling delen mee in de executie-opbrengst. De executie-opbrengst wordt tussen hen verdeeld conform hun onderlinge verhoudingen. Een achterstelling komt dus in de rangregeling alleen tot uiting als de senior en de junior beiden in de rangregeling opkomen, omdat alleen dan hun onderlinge verhouding relevant is. Als de senior niet opkomt in de rangregeling dan speelt de achterstelling geen rol en kan de junior onbeperkt door de achterstelling meedelen in de executie-opbrengst. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de executieverkoop plaatsvindt zonder dat de schuldenaar failliet is en de senior niet tijdig beslag heeft gelegd om in de rangregeling te kunnen opkomen.8
608. Als de schuldenaar failliet wordt verklaard voordat de geëxecuteerde goederen zijn geleverd aan de koper, dan vallen die goederen binnen de faillissementsboedel.9 Na de faillietverklaring rust op die goederen het faillissementsbeslag, ook als daarop zekerheidsrechten rusten.10 De opbrengst van een executie door een zekerheidsgerechtigde tijdens het faillissement van de schuldenaar wordt echter buiten de faillissementsboedel om verdeeld in een aparte rangregeling.11 In die rangregeling kan de curator de rechten uitoefenen van een beslaglegger.12 Mijns inziens kan de curator daarmee opkomen voor alle schuldeisers met een verifieerbare vordering omdat het faillissementsbeslag op het goed rust ten behoeve van alle verifieerbare vorderingen en de curator het faillissementsbeslag uitoefent.13 De curator treedt in de rangregeling dus ten behoeve van alle schuldeisers van verifieerbare vorderingen op als een beslaglegger en niet alleen om de aanspraak van de failliet als gerechtigde tot het overschot uit te oefenen.14
Bovendien is de curator verplicht om in de rangregeling mede de belangen behartigen van “de bevoorrechte schuldeisers die in rang boven de voormelde [executerende, NP] pand- en hypotheekhouders en beperkt gerechtigden gaan”.15 Mijns inziens moet dit ruim worden uitgelegd, in die zin dat de curator op moet komen voor alle vorderingen met een hogere rang dan die van de executerende zekerheidsgerechtigde.16 De wetgever heeft alleen rekening gehouden met vorderingen die krachtens voorrecht een hogere rang hebben dan de zekerheidsgerechtigde, maar als de vordering van de zekerheidsgerechtigde is achtergesteld kunnen ook andere vorderingen een hogere rang hebben. Zelfs de concurrente schuldeisers kunnen daaronder vallen, die hebben bij een algemene achterstelling immers een hogere rang dan de zekerheidsgerechtigde.
De concrete verdeling van de executie-opbrengst volgt uit de rangorde van de verhaalsrechten waarvoor in die rangregeling wordt opgekomen. De rangorde wordt bepaald tijdens de rangregeling. Hierin komt een eigenlijke achterstelling tot uiting.