Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/4.2.15:4.2.15 Zaakwaarneming
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/4.2.15
4.2.15 Zaakwaarneming
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS299444:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Drion 1982, p. 250.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tenslotte het leerstuk van de zaakwaarneming. Drion1 heeft verdedigd dat werkzaamheden als het maken van ontwerpen en het uitvoeren van calculaties beschouwd kunnen worden als handelingen in het kader van zaakwaarneming. In deze benadering kan ik mij niet goed vinden. De redenering dat indien een partij bij het maken van een offerte bepaalde activiteiten verricht die ten goede (kunnen) komen aan de onderhandelingspartner, vind ik veel te gekunsteld.
Op basis van het vorenstaande concludeer ik dat als mogelijke grondslag voor een vordering tot vergoeding van kosten in het stadium waarin het partijen over en weer nog vrij staat de onderhandelingen eenzijdig niet-schadeplichtig af te breken, voornamelijk de onrechtmatige daad in aanmerking komt en eventueel het leerstuk van de ongerechtvaardigde verrijking. Naar mijn mening zou men, voor wat betreft een vordering uit onrechtmatige daad, uit de omstandigheden waaronder een partij ertoe overgaat om meer kosten te maken c.q. verdergaande investeringen te plegen dan die welke in acquisitief opzicht naar verkeersopvattingen mochten worden verwacht, maatschappelijk onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig handelen moeten kunnen afleiden, maar daartoe is dan minst genomen wel noodzakelijk een reële (en daarmee rechtens relevante) mate van vertrouwen dat men in elk geval nog kandideert als potentiële partij bij de overeenkomst over de totstandkoming waarvan wordt onderhandeld, terwijl de facto van een dergelijke situatie geen sprake meer is of waarbij op andere wijze door de partij die de extra acquisitieve inspanning verlangt, verder wordt gegaan dan de grenzen van het betamelijke, bijv. door misbruik te maken van de wetenschap dat de onderhandelingspartner in een dwangpositie verkeert en vanuit economische motieven of anderszins eenvoudigweg niet anders kán dan om — zonder om compensatie te vragen — mee te gaan in het verzoek van zijn onderhandelingspartner tot het maken van meer dan redelijke onderhandelingskosten. In het algemeen wil ik in dit kader meer in het algemeen nog opmerken dat m.i. niet snel tot vergoeding van kosten moet worden overgegaan; ook hier zou ik willen pleiten voor het toepassen van een strenge en tot terughoudendheid nopende maatstaf voor wat betreft zowel het aannemen van de hiervoor bedoelde rechtens relevante vertrouwensondergrens als voor het aannemen van onrechtmatigheid.