Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.C.3.e
e. Toepassing in de praktijk en bijzonderheden
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS472446:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.m. de onderdelen F.6 en G.6.h van het vorige hoofdstuk.
Aldus A.A. van Velten, Privaatrechtelijke aspecten van onroerend goed, § 3.25.
Zie bijv. Hof Arnhem 15 mei 1985, ECLI:NL:GHARN:1985:AC4147 (ruil van een hijskraan van het ene type tegen een hijskraan van het andere type), Rb. Zwolle 18 december 1985, ECLI:NL:RBZWO:1985:AL1932 (ruil van personenauto’s) en Rb ‘s-Hertogenbosch (pres.) 15 april 1993, ECLI:NL:RBSHE:1993:AH4127 (ruil van een woonhuis met aanhorigheden tegen vier Ferrari’s).
Zie Asser-Mijnssen, van Velten & Bartels, 5* Eigendom en beperkte rechten, Deventer: Kluwer 2008, nrs. 138-140.
Zie tevens Asser-Mijnssen, De Haan & Van Dam, 3-1 Algemeen goederenrecht, nr. 300. Via artikel 7:50 BW is overigens inschrijving van een ruilovereenkomst in de openbare registers mogelijk, maar zoals hiervoor in onderdeel 2.b betoogd is deze ‘Vormerkung’ van een ander kaliber dan de “Vormerkung’ van de overeenkomst van kavelruil.
Zie over de aandelenruil uitgebreid J. den Boer, ‘Aandelenruil in Europees perspectief, in: FBN 1995/ 55. Zie tevens het onderdeel ‘grensoverschrijding’ (grenspost 3D).
De toepassing van de civielrechtelijke ruil in de praktijk steekt schril af tegen de populariteit van de kavelruil, 1 De ruil ex 7:49 BW komt in de praktijk namelijk zeer weinig voor. De inzet beperkt zich veelal tot het ruilen van kleine stroken grond tussen buren.2 Voor kleine grenscorrecties is sinds de invoering van het nieuwe BW de grensbepaling uit artikel 5:47 BW of de kadastrale vernieuwing uit de artikelen 74 tot en met 79 Kadasterwet als alternatief voor ruiling beschikbaar, zodat de toepassing van de ruiling de komende jaren naar verwachting verder zal afkalven. Ook in de rechtspraak is slechts sporadisch sprake van ruilingen.3
De ‘grensbepalings-route’ uit artikel 5:47 BW is een interessant fenomeen. Vooral artikel 5:47 lid 3 BW zal bij menig kavelruil-fanaticus warme gevoelens oproepen. Het artikel luidt als volgt:
“Bij het bepalen van de grens kan de rechter naar gelang van de omstandigheden het gebied waarover onzekerheid bestaat, in gelijkwaardige of ongelijkwaardige delen verdelen dan wel het in zijn geheel aan een der partijen toewijzen, al dan niet met toekenning van een schadevergoeding aan een der partijen.”
Het vonnis met betrekking tot de grensbepaling heeft een constitutief karakter en is bindend voor partijen en hun rechtverkrijgenden, ook degenen die onder bijzondere titel verkrijgen.4 De rechter lijkt hier aan het ‘kavelruilen’ of zuiverder, ‘herverkavelen’ te slaan: de rechter bepaalt de nieuwe eigendomssituatie eenzijdig, waarbij hij de ‘massa’ naar keuze kan ‘verdelen’ tussen beide partijen/inbrengers of geheel kan ‘toedelen’ aan een der partijen.
Deze rechterlijke ‘mini-landinrichting’ is een bijzonderheid en lijkt een ‘verdwaalde ziel’ te zijn in het BW. Door opname in het burenrecht zou de ‘rijdende rechter’, zonder het zelf te beseffen, aan landinrichting kunnen doen.
Ten slotte zij gewezen op enige bijzonderheden van de kavelruil, die de afbakening met de civielrechtelijke ruil (verder) onderstrepen. De hiervoor in onderdeel B.4, b, B.7, B.8 en C.2.b nader besproken artikelen 86 en 87 WILG dragen in belangrijke mate bij aan het eigen karakter van de kavelruil. De civielrechtelijke ruil kent dergelijke bijzonderheden niet.5 Ik beperk mij thans tot deze constateringen, aangezien de inhoud van de artikelen 86 en 87 reeds uitputtend zijn behandeld.
Tot slot op deze plaats nog kort aandacht voor een op het eerste gezicht vreemde eend in de bijt, de aandelenruil.6 De aandelenruil is binnen het ondernemingsrecht één van de methoden om tot een hoidingstructuur te komen. In zijn meest basale vorm vindt de aandelenruil plaats door inbreng van aandelen in een werkmaatschappij in een nieuw opgerichte holding, tegen uitreiking van aandelen in de holding. Tevens wordt de aandelenruil toegepast in fusietrajecten: de ex-aandeelhouders van de verdwijnende vennootschap krijgen aandelen in de verkrijgende vennootschap in ruil voor hun aandelen in de fuserende vennootschap, in beide constellaties vindt derhalve uitruil van aandelen plaats. Deze ondernemingsrechtelijke rechtsfiguur heeft de civielrechtelijke ruil uit artikel 7:49 BW als wettelijke basis. Nergens in boek 2 BW wordt een specifieke regeling voor de aandelenruil aangetroffen. Er is derhalve gewoon sprake van rechtstreekse wederkerigheid: aandelen in A BV worden geruild tegen aandelen in B BV. Hoe bijzonder de fiscaalrechtelijke behandeling van de aandelenruil ook moge zijn, wanneer de rechtsfiguur nader wordt beschouwd, blijkt het niet meer dan een ‘normale’ ruil te zijn. Met kavelruil heeft de aandelenruil uiteraard in het geheel niets van doen.