E-arbitrage
Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/3.7:3.7 Arbitraal beding in algemene voorwaarden; Amerikaanse uitspraak
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/3.7
3.7 Arbitraal beding in algemene voorwaarden; Amerikaanse uitspraak
Documentgegevens:
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS400262:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wie elektronische arbitrage zegt, zegt internet. Stel, men koopt iets via internet. Kan de koper dan door een muisklik gebonden raken aan algemene voorwaarden met een arbitraal beding? In Nederland is dit wettelijk geregeld; het antwoord luidt ja, waarover dadelijk meer.
Eerst nog even een Amerikaanse rechterlijke uitspraak. Een zoektocht naar jurisprudentie over de totstandkoming van een arbitrageovereenkomst langs elektronische weg (bijvoorbeeld bij koop via internet of per e-mail) levert een beslissing op van 13 augustus 1998 van het Supreme Court of New York, Appellate Division, die de moeite waard is 1
Dit appelcollege moest beslissen in de volgende zaak. Gateway verkocht computers via een direct sales-systeem, onder andere via e-mail. De kopende consument ontving bij de aflevering van de aangekochte computer een exemplaar van Gateway's 'Standard Terms and Conditions Agreement'. In de kop van deze algemene voorwaarden stond dat de klant, door de aangekochte computer te behouden gedurende dertig dagen na aflevering, de algemene voorwaarden zou accepteren.
Art. 10 van de algemene voorwaarden bevatte de volgende bepaling:
'Any dispute or controversy arising out or relating to this Agreement or its interpretation shall be settled exclusively and flnally by arbitration. The arbitration shall be conducted in accordance with the Rules of Conciliation and Arbitration of the International Chamber of Commerce. The arbitration shall be conducted in Chicago, Illinois, USA before a sole arbitrator ...'.2
Een aantal ontevreden klanten eiste voor de rechter in New York schadevergoeding op grond van de klacht dat Gateway wanprestatie pleegde en met name haar belofte 'service when you need it' niet nakwam. Gateway verwees naar de arbitrageclausule en concludeerde dat de overheidsrechter niet bevoegd was. De eisers stelden zich op het standpunt dat deze clausule ongeldig was onder Amerikaanse wetgeving (onredelijk bezwarend), verder dat van een consument-koper niet verwacht mocht worden dat deze de clausule kon begrijpen, voorts dat de ICC niet een forum was dat zich gebruikelijk bezighield met consumentengeschillen en ten slotte dat, omdat de ICC zijn hoofdkantoor in Frankrijk heeft, het bijzonder moeilijk was deze organisatie en haar regels te 'lokaliseren'. Bovendien achtten zij de kosten van de ICC onredelijk hoog, zeker als men het bedrag dat met de consumentenkoop was gemoeid in aanmerking nam: bij een eis van minder dan $ 50 000 verlangde de ICC een voorschot $ 4000 (wat meer was dan de hele computer kostte), waarvan bovendien de helft ('registration fee') nimmer zou worden terugbetaald, ook niet als de eiser in het gelijk zou worden gesteld. De eisers klaagden voorts dat zij hoge reiskosten naar Chicago zouden moeten maken (waar zij woonden vertelt het verhaal niet) en de kosten van de arbitrage zouden moeten betalen, waaronder die van juridische bijstand van Gateway, als zij niet zouden verschijnen in de arbitrageprocedure (volgens de ICC Rules moet de verliezer de proceskosten betalen). Ook klaagden de eisers dat alle correspondentie naar Frankrijk moest worden gestuurd, ook al was Chicago de plaats van arbitrage.
De eerste rechter wees het beroep op onbevoegdheid af en verwees de consumenten naar de arbitrageprocedure.
In hoger beroep hadden de consumenten Iets meer succes. De appelrechters oordeelden met de rechter in eerste aanleg, dat de arbitrale overeenkomst geldig was. Deze was naar hun oordeel inderdaad, zoals Gateway had betoogd, tot stand gekomen doordat de koper de gekochte computer meer dan dertig dagen had behouden. Zij vonden ook Chicago als plaats van arbitrage op zich niet onaanvaardbaar. Ook veegden zij de andere bezwaren van tafel, behalve het argument betreffende de kosten. Zij achtten de hoge kosten van de arbitrage een zodanig groot bezwaar, dat zij oordeelden dat dit punt de consument ervan zou weerhouden zijn recht te zoeken via arbitrage. Met verwijzing naar eerdere uitspraken van Amerikaanse rechters, die in dergelijk gevallen arbitrageovereenkomsten met een ICC -arbitragebeding ongeldig hadden verklaard, schrapten de appelrechters de verwijzing naar de ICC als onredelijk en verwezen zij partijen naar arbitrage overeenkomstig de Amerikaanse wet, dat wil zeggen: par. 9 USC Sect. 5. Deze bepaling voorziet in de mogelijkheid dat partijen in de gelegenheid worden gesteld gezamenlijk een vervangende arbiter aan te wijzen. Als partijen er niet uitkomen kunnen zij, of één van hen, zich opnieuw tot de rechter wenden met het verzoek dat deze zelf een arbiter aanwijst.
Preciezer: de appelrechters oordeelden uiteindelijk dat de beslissing van de eerste rechter 'should be modifled, on the law and the facts, to the extent of vacating that portion of the arbitration agreement as requires arbitration before the International Chamber of Commerce, with leave to the parties to seek appointment of an arbitrator pursuant to 9 USC Sect. 5 and remanding the matter for that purpose, and otherwise affirmed, without costs. All concur'.
In de Amerikaanse zaak namen de kopers pas bij de aflevering van de computer kennis van de algemene voorwaarden; zij reageerden dertig dagen niet waardoor zij gebonden raakten.