Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.3
5.3 Wijze van beoordeling van het beslagrekest
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS500473:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Relevante jurisprudentie kan slechts worden gevonden in situaties waarin hoger beroep en eventueel cassatie is ingesteld. Voorbeelden zijn: gerechtshof ’s-Hertogenbosch 11 november 2003, LJN AO1606, «JOR» 2004, 115, m.nt. Loesberg (Danilo Jordan/Scanimex) en HR 23 december 1977, LJN AC6153, NJ 1978/296 (Koraal c.s./Smit & Bolnes), waarin de beslaglegger hoger beroep en cassatie instelde naar aanleiding van een geweigerd verlof om conservatoir beslag te leggen.
De term gerechtssecretaris wordt hier gebruikt voor functionarissen die (los van het inboeken van het rekest door een griffiemedewerker na ontvangst) een rol spelen bij de beoordeling van beslagrekesten: in de praktijk zijn dit medewerkers met een S-opleiding, werkzaam in de functie van administratief juridisch medewerker, adjunct secretarissen, stafjuristen of senior juridisch medewerkers.
Beslagsyllabus augustus 2012, p. 8-9. De tekst van de Beslagsyllabus juni 2011 is op dit onderdeel al langere tijd ongewijzigd (in ieder geval ten opzichte van de tekst van de Beslagsyllabus mei 2007).
Hierbij speelt een rol wat het opleidingsniveau van de secretaris is. Indien dit een jurist is zal dit leiden tot een meer zelfstandige rol in de beoordeling van het beslagrekest. Bij rechtbank Den Haag worden beslagrekesten tot een beloop van € 50.000,- zelfstandig door de gerechtssecretaris afgedaan. Het is ter discretie van de individuele rechtbank welke functionaris met de beoordeling van een beslagrekest is belast: niet iedereen binnen de rechtspraak kan zich vinden in een beslissing waarbij niet een voorzieningenrechter inhoudelijk betrokken is.
De beoordeling van een beslagrekest vindt plaats door de voorzieningenrechter (artikel 700 lid 2 Rv: deze beslist na summier onderzoek), in de beslotenheid van de raadkamer, op basis van door de verzoeker verstrekte informatie. Uit een beslagrekest kan niet worden afgeleid wat de overwegingen van de voorzieningenrechter zijn geweest bij de summiere beoordeling die aan het verlof vooraf ging, omdat de verlofverlening niet wordt gemotiveerd. Ook is weinig jurisprudentie op dit gebied beschikbaar.1 Benieuwd naar de wijze waarop in de praktijk door voorzieningenrechters en gerechtssecretarissen2 vorm wordt gegeven aan de summiere beoordeling bij verlofverlening, sprak ik in 2007 met diverse ervaren voorzieningenrechters en gerechtssecretarissen, voor wie het beoordelen van beslagrekesten tot de dagelijkse werkzaamheden behoorde. De Beslagsyllabus welke, zeker door de gerechtssecretarissen, vrijwel steeds als leidraad bij de behandeling van beslagrekesten wordt gehanteerd, zegt over deze beoordeling het volgende:3‘Bij de behandeling van het beslagrekest zal de voorzieningenrechter niet alleen moeten beoordelen of aan alle voor de onderhavige beslagvorm geldende formele vereisten is voldaan (de rechtmatigheidstoets), doch ook of het verzoek hem niet ongegrond voorkomt (…). De voorzieningenrechter zal daarbij de belangen van de verzoeker en de gerekwestreerde (de beoogd beslagene: MM) zo goed mogelijk moeten afwegen. Gelijk dat voor een vordering (in kort geding) tot opheffing van een beslag geldt, kan ook de beoordeling van een beslagrekest niet geschieden zonder een (summiere) afweging van wederzijdse belangen (…)’. (Curs.: MM).
Het voorgaande houdt in dat de summiere beoordeling kan worden gesplitst in een toetsing van de formele vereisten, een beoordeling van de (on)gegrondheid van de vordering die aan het beslag ten grondslag ligt, en een afweging van wederzijdse belangen. Het gaat hierbij om een toetsing op zowel formele als materiële aspecten. Bij de behandeling van een beslagrekest is vrijwel steeds een gerechtssecretaris en een voorzieningenrechter betrokken. Afhankelijk van de werkafspraken binnen een specifieke rechtbank kan een secretaris bevoegd zijn om (namens de voorzieningenrechter) zelfstandig verlof te verlenen, dan wel uitsluitend zorgdragen voor het inboeken en doorgeleiden van het beslagrekest naar de beoordelend voorzieningenrechter.4
De drie hier benoemde aspecten van beoordeling worden in het navolgende meer in detail besproken. Ook de toetsing van vrees voor verduistering in het kader van de summiere beoordeling komt hierna aan de orde.
5.3.1 Formele vereisten (rechtmatigheidstoets)5.3.2 De (on)gegrondheid van de vordering5.3.3 De summiere afweging van wederzijdse belangen5.3.4 Toetsing van gegronde vrees voor verduistering5.3.5 Non-discursieve beoordeling