Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.3.3:5.3.3 De summiere afweging van wederzijdse belangen
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.3.3
5.3.3 De summiere afweging van wederzijdse belangen
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS497976:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Beslagsyllabus augustus 2012, p. 9 en eveneens Beslagsyllabus mei 2007, noot 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten slotte vindt, gelijktijdig met de hiervoor genoemde (on)gegrondheidstoets, een afweging van de belangen van zowel de verzoeker als de aankomend beslagene plaats (derde criterium). De Beslagsyllabus zegt hierover het volgende:1‘Kan worden voorzien dat beslag op een bepaald object de schuldenaar in zijn belangen zeer zal treffen en is er anderszins voldoende vermogen aanwezig waarop de schuldeiser zich zal kunnen verhalen, dan kan op grond daarvan de voorzieningenrechter óf eerst beide partijen horen of na het alleen (telefonisch) (doen) horen van partijen het verlof weigeren. Bij dat summierlijk afwegen van de belangen van partijen kan ook worden betrokken de (on)mogelijkheid dat de beslaglegger, indien de vordering waarvoor hij beslag wil leggen in de hoofdzaak zou worden afgewezen, kan worden aangesproken voor de door het beslag ontstane schade. Daaromtrent kan de verzoeker (telefonisch) worden gehoord, terwijl van hem ook zekerheid verlangd kan worden.’ (Curs.: MM).
Op grond hiervan zal de voorzieningenrechter zich derhalve, teneinde de in de Beslagsyllabus beschreven belangenafweging te kunnen maken, na(ast) de toets op formele vereisten en een beoordeling van de (on)gegrondheid van het recht waar de beslaglegger zich op beroept (de vordering die aan het beslag ten grondslag wordt gelegd), een beeld dienen te vormen van:
de positie en belangen van de schuldenaar;
de vermogenspositie van de schuldenaar;
de vermogenspositie van de schuldeiser;
de eventuele schade die zal ontstaan indien de vordering van de schuldeiser in de hoofdzaak wordt afgewezen.
Een beoordeling van de kansen dat de vordering van de schuldeiser in de hoofdzaak zal worden toegewezen heeft al plaatsgevonden in het kader van de beoordeling van de (on)gegrondheid van de vordering die aan het beslag ten grondslag wordt gelegd.
De voorzieningenrechter is voor de beoordeling afhankelijk van de informatie die in het beslagrekest door de verzoeker wordt verstrekt. De richtlijn in de Beslagsyllabus juni 2011, dat het verzoek steeds het verweer van de beoogd beslagene en de motivering waarom het beslag nodig is, dient te vermelden beoogt om, tezamen met de hierna te bespreken omvang en aard van het beslag, een bijdrage te leveren aan de beeldvorming en afweging van de voorzieningenrechter. In het hoofdstuk inzake conservatoir beslag als dynamisch recht wordt nader ingegaan op de noodzakelijke informatie, benodigd om tot een gewogen belangenafweging te kunnen komen.
5.3.3.1 Beslagene onevenredig zwaar in belangen getroffen5.3.3.2 Omvang en aard van het beslag5.3.3.3 Verzekering van verhaal versus schadeplicht5.3.3.4 Motivering waarom het beslag nodig is