Einde inhoudsopgave
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/3.4
3.4 Behandeling in de Tweede Kamer
drs. J.W.M.M.J. Hessels, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
drs. J.W.M.M.J. Hessels
- JCDI
JCDI:ADS579122:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 19403, ‘Nieuwe bepalingen met betrekking tot gemeenten (Gemeentewet)’. Deze wet werd bij de Tweede Kamer ingediend op 12 februari 1986 en kwam in stemming op 30 oktober 1990.
Kamerstukken II 27751, ‘Wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten tot dualisering van de inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur)’. Deze wet werd bij de Tweede Kamer ingediend op 23 mei 2001 en kwam in stemming op 20 september 2001.
Kortmann 2004, p. 11.
De behandeling van de ‘Wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten tot dualisering van de inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur)’ in de Tweede Kamer der Staten-Generaal vindt plaats binnen ongewoon korte tijd. Nam de parlementaire behandeling van de vorige herziening van de Gemeentewet1 ruim vier jaar en acht maanden in beslag, bij de Wet dualisering gemeentebestuur zit er tussen indiening en stemming nauwelijks vier maanden,2 waarvan de Kamer twee maanden met zomerreces is.
Daar komt nog bij dat rond de mondelinge behandeling het één en ander mis gaat. Zo wordt het weekend voor het wetgevingsoverleg – dat op maandag plaatsvindt – bij veel Kamerleden geen weekendpost bezorgd, waardoor ze de laatste wijzigingen (waaronder nagenoeg alle amendementen) niet vooraf kunnen bestuderen. En tot overmaat van ramp vindt op de dag van de geplande plenaire behandeling één van de grootste rampen in de moderne geschiedenis plaats. Nine-eleven had in Nederland de dag van de dualisering van het gemeentebestuur moeten worden; het kreeg wereldwijd een geheel andere macabere betekenis.
Of deze gebeurtenissen van doorslaggevende betekenis zijn voor de kwaliteit van de wetgeving is niet te bewijzen, maar zowel vooraf (de VNG klaagt nadrukkelijk over de korte voorbereidingstijd van het wetsontwerp) als achteraf (‘Het zijn beginselloze compromissen van gehaaste beleidsmakers en politici voor wie consistentie (kennelijk) een zorg is’3) klinkt harde kritiek op deze gehaaste afhandeling.
Feit is dat in de Tweede Kamer het uiterste gedaan is om het wetsvoorstel optimaal te behandelen. Dat daarbij – zeker bij de afronding – enkele weeffouten onopgemerkt bleven, kon echter niet voorkomen worden.
3.4.1 De schriftelijke behandeling3.4.2 Het wetgevingsoverleg op 10 september 20013.4.3 De plenaire behandeling3.4.4 De stemmingen