Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/411
Bescherming van de consument. Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Consumentenkredietovereenkomst. Aanzienlijke verstoring van het evenwicht. Niet-rentekosten van het krediet. Declaratoire vordering. Procesbelang. Vaststelling dat een beding oneerlijk is. Gevolgen.
HvJ EU 23-11-2023, ECLI:EU:C:2023:911 (Provident Polska)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
23 november 2023
- Magistraten
C. Lycourgos, O. Spineanu-Matei, J.-C. Bonichot, S. Rodin, L.S. Rossi
- Zaaknummer
C-321/22
- Conclusie
A-G P. Pikamäe
- Roepnaam
Provident Polska
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2023:911, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 23‑11‑2023
ECLI:EU:C:2023:514, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 22‑06‑2023
- Wetingang
Essentie
ZL, KU, KM tegen Provident Polska S.A.
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Rejonowy dla Warszawy-Śródmieścia w Warszawie (rechter in eerste aanleg Warschau-Centrum, Polen) bij beslissing van 22 februari 2022.
Bescherming van de consument. Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Consumentenkredietovereenkomst. Aanzienlijke verstoring van het evenwicht. Niet-rentekosten van het krediet. Declaratoire vordering. Procesbelang. Vaststelling dat een beding oneerlijk is. Gevolgen.
1) Artikel 3 lid 1 van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten moet aldus worden uitgelegd dat voor zover het onderzoek naar het oneerlijke karakter van een beding betreffende niet-rentekosten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.