Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/393
1. Post-Keskin. Had hof moeten beslissen op ttz. in hoger beroep gedaan (voorwaardelijk) verzoek tot horen van getuige m.b.t. handel in verdovende middelen? 2. Bewijsklachten m.b.t. opzettelijk aanwezig hebben. Is verdachte zich bewust geweest van aanwezigheid van hasjiesj? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 26-03-2024, ECLI:NL:HR:2024:457
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 maart 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/02561
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:457, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑03‑2024
Essentie
1. Post-Keskin. Had hof moeten beslissen op ttz. in hoger beroep gedaan (voorwaardelijk) verzoek tot horen van getuige m.b.t. handel in verdovende middelen? 2. Bewijsklachten m.b.t. opzettelijk aanwezig hebben. Is verdachte zich bewust geweest van aanwezigheid van hasjiesj? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02561
Datum 26 maart 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2022, nummer 21-001580-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.