Voor risico van de ondernemer
Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/8.5.2:8.5.2 Cijfermatig overzicht
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/8.5.2
8.5.2 Cijfermatig overzicht
Documentgegevens:
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713091:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor meer informatie over de selectie van deze uitspraken, verwijs ik naar Bijlage I.
Empirisch onderzoek vormt geen onderdeel van dit proefschrift. Mogelijk dat in toekomstig onderzoek aan de hand van interviews met partijen en rechters meer informatie kan worden verkregen.
Zie over ‘verzwegen argumenten’ ook: Van Eemeren e.a. 1996, p. 17-18.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De lagere rechtspraak over de onrechtmatige daad is zeer omvangrijk. De zoekterm ‘6:162’ leverde na een nadere afbakening bijna 4000 resultaten op en de zoekterm ‘onrechtmatige daad’ leverde meer dan 10.000 resultaten op.1 Om dit aantal terug te brengen, heb ik op basis van de ‘inhoudsindicatie’ een nadere selectie gemaakt. Daarnaast heb ik de uitspraken gefilterd op publicatiedatum (2012-2022). Tot slot zijn de zaken waarin geen sprake was van een onrechtmatigheids- of toerekenbaarheidstoetsing buiten beschouwing gelaten. Dit leverde uiteindelijk 188 uitspraken op. In minder dan de helft van de gevallen woog de rechter de hoedanigheid van ondernemer mee in zijn onrechtmatigheids- of toerekenbaarheidsoordeel. In het overgrote deel ging het echter niet om een expliciete verwijzing. Dit (absoluut) kleine aantal zaken zorgt voor een validiteitsrisico. Het is niet mogelijk om op basis van deze zaken algemene conclusies te formuleren. De zaken dienen enkel als steunargument voor of illustratie bij de door mij ingenomen standpunten.
De reden voor het beperkt aantal uitspraken waarin de hoedanigheid van ondernemer expliciet wordt meegewogen door de rechter, is lastig te achterhalen op basis van jurisprudentie- of literatuuronderzoek.2 Het lijkt niet aannemelijk dat de rechter door de procespartijen niet in staat is gesteld om met deze hoedanigheid rekening te houden. Vaak zal uit de processtukken blijken dat de betrokken procespartij een ondernemer is, hoewel het mogelijk is dat uit de processtukken niet duidelijk wordt wat voor type ondernemer de betrokken procespartij is. Dit laatste kan een reden zijn waarom een gespecificeerde maatmens-ondernemer niet veel terugkomt in de rechtspraak, maar het vormt geen reden waarom de hoedanigheid van ondernemer überhaupt weinig expliciete aandacht krijgt. Het is denkbaar dat de rechter de hoedanigheid van ondernemer geen belangrijke omstandigheid (in algemene zin of in de concrete situatie) vindt, of niet goed weet welk gewicht hij aan deze omstandigheid moet toekennen. Ook is het mogelijk dat de hoedanigheid van ondernemer weliswaar impliciet een rol in de beoordeling speelt, maar dat de rechter nalaat deze invloed te expliciteren.3