Einde inhoudsopgave
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/II.5.3.4.0
II.5.3.4.0 Introductie
mr. D.W.M. Wenders, datum 27-09-2010
- Datum
27-09-2010
- Auteur
mr. D.W.M. Wenders
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld: AbRvS 26 juli 1999, JB 1999/226. De Afdeling overwoog in die uitspraak ook dat het recht van een belanghebbende op kennisneming van gedingstukken minimaal gelijk is aan de aanpsraak op publieke openbaarheid die aan een ieder toekomt op grond van de Wob. De mate van publieke toegang vormt de ondergrens voor de partijtoegang en omgekeerd rechtvaardigt een weigering van publieke openbaarheid nog geen geheimhouding in de Awb-procedure.
Zie daarover am.: P.J. Stolk, Wet openbaarheid van bestuur, Deventer: Kluwer 2009; E.J. Daalder, Toegang tot overheidsinformatie. Het grensvlak tussen openbaarheid en vertrouwelijkheid (diss. Leiden), Den Haag: BJu 2005 en par. 5.5 van Deel I.
Naast het recht om informatie te verschaffen vormt het recht om informatie te ontvangen een belangrijk onderdeel van hoor en wederhoor in een procedure. Beide rechten hangen nauw met elkaar samen en de (goede) uitoefening van het eerste recht door de procesdeelnemers is grotendeels afhankelijk van de vormgeving en inachtneming van het recht om informatie te ontvangen in de desbetreffende procedure. De beschikking hebben over alle relevante informatie is immers onontbeerlijk voor het naar voren brengen en onderbouwen van het eigen standpunt. Dat recht om informatie te ontvangen is ook uitgewerkt in de regeling van de bezwaarschriftprocedure en het administratief beroep in hoofdstuk 7 van de Awb. Het komt tot uitdrukking in verschillende bepalingen inzake de inrichting van deze procedures. Die bepalingen hebben, zoals de Afdeling overwogen heeft, een processuele functie en regelen de partijtoegang tot informatie.1 In het onderstaande staan uitsluitend deze waarborgen in het kader van de partijtoegang tot informatie centraal en wordt het recht op informatie op grond van de Wet openbaar bestuur, die de publieke toegang tot informatie regelt, in beginsel buiten beschouwing gelaten.2 In de onderhavige paragraaf worden de verschillende uitwerkingen van het recht om informatie te ontvangen in de bestuurlijke voorprocedures nader onderzocht wat betreft inhoud en grondslag, ratio en functie en wordt de jurisprudentie die in dat kader gevormd is behandeld. Het recht om informatie te ontvangen is opgedeeld in verschillende deelaspecten: het recht op inzage in stukken, het recht om informatie te ontvangen over de procedure en enkele andere uitwerkingen die samenhangen met het horen in de bestuurlijke voorprocedures. Deze deelaspecten worden achtereenvolgens behandeld in de paragrafen 5.3.4.1, 5.3.4.2 en 5.3.4.3. Paragraaf 5.3.4.4 staat in het teken van de grondslag voor het recht om informatie te ontvangen. Tot slot worden in paragraaf 5.3.4.5 de gevolgen van schendingen van het recht om informatie te ontvangen in kaart gebracht.