Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.8.1:6.8.1 Commentaar op de civielrechtelijke benadering van de bedrijfswaarde door IJsselmuiden
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.8.1
6.8.1 Commentaar op de civielrechtelijke benadering van de bedrijfswaarde door IJsselmuiden
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS349181:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
IJsselmuiden heeft bij herhaling1 kenbaar gemaakt het niet eens te zijn met de fiscaalrechtelijke definitie van het begrip bedrijfswaarde zoals die door de Hoge Raad is gegeven. Hij verwijst daarbij met name naar art. 2:387, vierde lid BW, de Vierde EG-Richtlijn vennootschapsrecht en International Accounting Standard (IAS) 16 waarbij aangegeven wordt dat alleen als het waardeverlies naar verwachting 'duurzaam' is, de waardevermindering ten laste van het resultaat moet worden gebracht. Duurzaam is volgens IJsselmuiden een waardevermindering die niet meer zal worden goedgemaakt gedurende de restgebruiksduur van het bedrijfsmidde1.2
IJsselmuiden geeft als voorbeeld de technologische ontwikkeling die volgens hem één van de belangrijkste oorzaken van een blijvend vermogensverlies is. Het sleutelargument voor directe afboeking van het verlies is dat daarmee de afschrijvingen op het niveau van de concurrenten komen te liggen. Zij werken reeds wel met de nieuwe apparatuur en hebben derhalve veel lagere afschrijvingskosten.
Bij verkoop van een afzonderlijk bedrijfsmiddel is de opbrengst volgens IJsselmuiden (buiten het geval van een zelfstandige vruchtdrager) van geen betekenis voor de winstberekening. Ook verwerpt hij het oordeel van de Hoge Raad om de overnemingswaarde van de gehele onderneming als uitgangspunt te nemen voor de berekening van de bedrijfswaarde van een individueel actief Sterker nog, toerekening van goodwill aan individuele bedrijfsmiddelen kwalificeert IJsselmuiden als onzinnig omdat in zijn visie bedrijfsmiddelen alleen samen met andere bedrijfsmiddelen prestaties leveren. In zijn visie is het samenstel van bedrijfsmiddelen in beginsel een ondeelbaar geheel (hetgeen overigens overeenstemt met de bedrijfseconomische visie op de problematiek van de complementariteit).
IJsselmuiden neemt met zijn standpunt een markante plaats in binnen de civielrechtelijke rechtswetenschap in Nederland. Alhoewel zijn opvattingen goed onderbouwd en gedocumenteerd zijn, hebben ze mij op een essentieel punt niet kunnen overtuigen. Ik deel de opvatting van diegenen die van oordeel zijn dat in het kader van het civiele recht, toepassing van de bedrijfswaarde los moet worden gezien van continuïteit of discontinuïteit van de onderneming. Bj het bepalen van de bedrijfswaarde van een onderneming gaat het immers om een kapitalisatie van in de toekomst te genereren opbrengsten.
Het begrip bedrijfswaarde dient zowel naar fiscaal als naar civiel recht uitsluitend te worden toegepast in een situatie waarbij sprake is van een 'duurzame waardedaling'. De term 'duurzame waardedaling' geeft duidelijker en beter de essentie weer van waar het hier om gaat, namelijk dat de waardedaling een realiteit moet zijn. En het realiteitskarakter van de waardedaling is onlosmakelijk verbonden met de duurzaamheid daarvan. Daarmee ontstaat er een vorm van eenheid van recht waarbij het fiscaal- en civielrechtelijke begrip bedrijfswaarde aan elkaar identiek zijn.