Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.9.1:3.9.1 Wetsontwerpen van De Visser, Waszink en Terpstra
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.9.1
3.9.1 Wetsontwerpen van De Visser, Waszink en Terpstra
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977179:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
B.M. Taverne is hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam (1917-1922).
Taverne 1925.
KB van 11 juni 1920, Stb.1920, nr. 782. Ook is toelating verkregen tot de opleiding geografie.
Dat zou duren tot 1968. Hbs'ers moeten tot 1971 protentamen Latijn doen.
Kamerstukken II, 1927/28, 306, nr. 3 (mvt).
Sleumer 1938, p. 133.
Kamerstukken II, 1932/33.
Zie: Kolkert 1933.
Kamerstukken II, 1933/34.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Elementaire kennis over democratische rechtsstaat schiet te kort
Ondanks de noodzaak vanaf 1917 om de burgerij van elementaire kennis over de democratische rechtsstaat te voorzien, bevat het wetsontwerp-De Visser (CHU) van 1921 geen voorstellen hieromtrent. Er verschijnt - als vervolg op de reorganisatievoorstellen van Drucker - in 1923 een aanzet tot het oprichten van het lyceum, gevolgd eind 1924 door het wetsontwerp-De Visser over lycea in drie richtingen. Intussen mengt hoogleraar Taverne1 zich in het discours - in het kader van het initiatiefwetsontwerp-Limburg (VDB) - over de gelijkstelling van het civiel effect van hbs-examens met het gymnasium als universitaire toelatingseis. Taverne verdedigt voor de juristen een gymnasiale vooropleiding.2 Nadat hbs′ers in 1920 zijn toegelaten tot de studies Nederlands-Indisch recht en indologie3 liet de toelating tot Nederlands recht jaren op zich wachten.4
Wetsontwerpen-Waszink 1928 en Terpstra: nota van wijziging 1932
Het wetsontwerp-Waszink (RKSP) (1928) verschilt in weinig van het tweede gewijzigd wetsontwerp-De Visser (CHU) (1924).5 Het bevat een lyceum met een één- of tweejarige onderbouw met talen en staats- en handelswetenschappen in de a-richting en wiskunde en natuurwetenschappen in de b-richting. Het voorstel erkent het economisch-maatschappelijk onderwijs in de c-richting. Dit ontwerp heeft de eindstreep niet gehaald.6 Ministers blijven evenwel de nodige voorstellen aanbieden. Zo brengt Terpstra (ARP) (1932) een niet behandelde nota van wijziging op het wetsontwerp-Waszink uit.7 De hbs is hierin onderverdeeld in hbs-a en -b (in plaats van afdelingen).8
Marchant: goede voornemens 1933-1935: positie staatsinrichting en recht
Terpstra's opvolger Marchant (VDB/RKSP) heeft van 1933 tot 1935 slechts in de Tweede Kamer het voornemen kunnen uitspreken een grondslagennota over de organisatie van het onderwijs aan te bieden.9 Het indienen van wetsontwerpen blijkt niet het gewenste resultaat op te kunnen leveren. De (curriculum) posities van de vakken staatsinrichting en recht blijven ongewijzigd.